ECLI:NL:HR:1997:ZD0733
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Hermans
- raadsheer Keijzer
- raadsheer Koster
- raadsheer Schipper
- raadsheer Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en toepassing zwijgrecht verdachte bij poging doodslag en diefstal met geweld
Op 12 oktober 1994 pleegde verdachte te Hilversum een diefstal met geweld en een poging tot doodslag door twee personen met een mes te steken. Diverse getuigen herkenden verdachte op basis van fotoconfrontaties en spiegelconfrontaties, ondanks enkele bezwaren over de zorgvuldigheid van deze herkenningen.
Het Hof verwierp de stellingen van de verdediging over onrechtmatige bewijsgaring en onvoldoende zorgvuldigheid bij de herkenningen. Ook werd het feit dat verdachte geen redelijke verklaring gaf voor het bezit van een strippenkaart, die kort na de feiten in de omgeving was afgestempeld, meegewogen in de bewijsvoering.
De Hoge Raad bevestigde dat het zwijgrecht van verdachte niet betekent dat het niet geven van een verklaring niet in de bewijsoverweging kan worden betrokken, mits de rechter niet verplicht is verdachte te waarschuwen voor de gevolgen van het niet aanvoeren van ontlastende omstandigheden. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf blijft in stand.