ECLI:NL:GHARL:2022:4497

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juni 2022
Publicatiedatum
1 juni 2022
Zaaknummer
Wahv 200.292.797/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging snelheidsovertreding en afwijzing proceskostenvergoeding bij hoger beroep Wahv

De betrokkene is bij beschikking gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 31 km/h op de A6 te Almere. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de vaststelling onvoldoende betrouwbaar was vanwege onduidelijkheid over welke ambtenaar de meting verrichtte en over de opleiding van de betrokken ambtenaren.

Het hof oordeelt dat het niet uitmaakt welke ambtenaar de meting verrichtte, aangezien beide ambtenaren gecertificeerd zijn voor het bedienen van het gebruikte meetapparaat. De aanvullende stukken, waaronder certificaten en een verklaring van een politieacademiedocent, bevestigen de betrouwbaarheid van de meting met een goedgekeurd snelheidsmeetmiddel.

Verder is onvoldoende onderbouwd dat het ontbreken van informatie over het gebruik van een statief de betrouwbaarheid van de meting aantast. Het hof ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de snelheidsovertreding te twijfelen en bevestigt daarom het vonnis van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de snelheidsovertreding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.292.797/01
CJIB-nummer
: 233413880
Uitspraak d.d.
: 1 juni 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 22 februari 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 311,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 31 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 mei 2020 om 15:01 uur op de A6 in Almere met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat er twee ambtenaren betrokken zijn bij deze zaak. Niet is gebleken welke ambtenaar de gedraging heeft geconstateerd en welke ambtenaar de staandehouding heeft verricht. Evenmin kon worden vastgesteld welke ambtenaar beschikt over welke certificaten. De kantonrechter heeft niet onderkend dat de gedraging derhalve onvoldoende vaststaat.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 136.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 131.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 31.
Merk/soort meetmiddel: Kustom Signals Inc. Pro Laser 4 LR. (…)
Naam van ambtenaar 1: [naam1] (…)
Naam van ambtenaar 2: [naam2] (…)”
4. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal d.d. 11 augustus 2021 overgelegd. Hierin verklaart ambtenaar [naam1] dat hij samen met ambtenaar [naam2] de laserguncontrole heeft uitgevoerd. Hij kan zich niet herinneren wie de meting heeft verricht en wie staande heeft gehouden. Doorgaans wordt in het zaakoverzicht als verbalisant 1 opgegeven degene die de meting heeft verricht en verbalisant 2 als degene die tot staandehouding is overgegaan. Hij stelt dat het niet uitmaakt wie de meting heeft verricht, omdat beide ambtenaren opgeleid zijn tot het bedienen van een lasergun. Als bijlage zijn de certificaten van beide ambtenaren bijgesloten. De overgelegde certificaten betreffen voor ambtenaar 1, [naam1] , een certificaat voor het bedienen van de Ultralyte 100 LR en voor ambtenaar 2, [naam2] , een certificaat bedienaar lasergun.
5. Dat de gedraging onvoldoende vaststaat, nu de rolverdeling van de ambtenaren niet uit de gegevens in het zaakoverzicht volgt, vindt geen steun in het recht. De grond treft geen doel.
6. De gemachtigde voert verder aan dat niet is gebleken dat de ambtenaar is opgeleid voor het gebruik van het in deze zaak gebruikte meetapparaat. Het ligt op de weg van de advocaat-generaal om via zijn kanalen informatie te verstrekken omtrent de vraag of de ambtenaar voldoende is opgeleid voor de bediening van de gebruikte lasergun. De kantonrechter heeft het voorgaande niet onderkend.
7. Uit het verweerschrift blijkt dat de advocaat-generaal navraag heeft gedaan bij de politie. Blijkens de verklaring van de heer [naam3] , docent aan de politieacademie, berust de werking van elk merk of type laser dat bij de Nederlandse politie in gebruik is op hetzelfde principe. Gelet op de omstandigheid dat de ambtenaren in het bezit zijn van de hiervoor vermelde certificaten en de heer [naam3] heeft uitgelegd dat de verschillen niet van invloed zijn op de juistheid van de meting, is er geen aanleiding om aan te nemen dat ambtenaar [naam1] dan wel ambtenaar [naam2] de snelheidsmeting niet juist heeft verricht (vgl. het arrest van dit hof van 25 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2321). Ook deze grond treft geen doel.
8. Ten slotte voert de gemachtigde aan dat uit de gegevens in het zaakoverzicht niet blijkt of een statief is gebruikt, en zo nee, waarom niet. Niet kan worden vastgesteld dat de meting met de vereiste betrouwbaarheid is verricht.
9. Het hof is van oordeel dat het niet met stukken onderbouwde verweer geen aanleiding geeft om te twijfelen aan de gegevens in het zaakoverzicht waarin is vermeld dat de meting is verricht met een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Het hof ziet derhalve in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting.
10. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing is er geen recht op een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.