Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het hoger beroep van de moeder centraal tegen de beschikking van de kinderrechter die machtigingen tot uithuisplaatsing van vijf minderjarige kinderen had verleend. De kinderen waren sinds 10 maart 2022 uit huis geplaatst bij hun grootouders, op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI).
Het hof oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat de kinderen zodanig bedreigd werden in hun ontwikkeling of onveilig waren dat een uithuisplaatsing noodzakelijk was. De onveiligheid werd vooral veroorzaakt door conflicten tussen de ouders, waarbij de vader zich niet aan afspraken hield en de jongste kinderen van school haalde, wat de situatie deed escaleren. Het hof stelde dat eerst minder ingrijpende maatregelen, zoals ambulant onderzoek, begeleide omgang en gebiedsverbod voor de vader, hadden moeten worden ingezet.
De kinderen gaven aan de uithuisplaatsing als ingrijpend te ervaren en wilden terug naar hun moeder. Het hof vernietigde de machtigingen tot uithuisplaatsing voor de periode tot 24 mei 2022 en bepaalde dat de kinderen bij de moeder teruggeplaatst moesten worden. Tevens wees het hof het verzoek van de GI tot machtiging uithuisplaatsing af. Het hof benadrukte het belang van samenwerking tussen ouders en hulpverlening voor het welzijn van de kinderen.
Uitkomst: De machtigingen tot uithuisplaatsing van de kinderen zijn vernietigd en het verzoek tot uithuisplaatsing is afgewezen.