De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een graslandperceel van ongeveer 19.620 m² in de gemeente Tytsjerksteradiel per 1 januari 2018 vast op €58.000, welke aanslag onroerendezaakbelasting voor 2019 opleverde. Belanghebbenden, de erven van wijlen eigenaar, voerden bezwaar en beroep aan tegen deze waarde en bepleitten een lagere waarde van €30.000.
De Rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan door gebruik te maken van de landelijke taxatiewijzer van de VNG WOZ-datacenter, waarbij een waarde van €3,00 per m² werd gehanteerd, lager dan de regionale gemiddelde prijs van €4,20 per m².
Belanghebbenden stelden dat de langgerekte vorm, een erfdienstbaarheid en de ligging tussen percelen van één eigenaar de waarde drukken. Het Hof concludeerde dat de erfdienstbaarheid niet meer bestaat en dat de langgerekte vorm en ligging voldoende waren verdisconteerd in de gehanteerde lagere prijs per m². De eerdere lagere WOZ-waarde uit voorgaande jaren was niet relevant voor de waardebepaling in 2018.
Het Hof wees het hoger beroep af en bevestigde de waarde van €58.000. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen. De uitspraak werd gedaan zonder nadere mondelinge behandeling nadat partijen geen zitting hadden verzocht.