In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de huurder aanspraak kan maken op een huurprijsvermindering van een derde wegens gebreken aan de gehuurde bedrijfsruimte, waaronder lekkages, het niet vervangen van enkelglas door dubbelglas in de pui, en het niet opknappen van de gevel. Het hof bevestigt dat lekkages hebben plaatsgevonden en onvoldoende zijn verholpen, en dat het niet opknappen van de pui een gebrek vormt. De afspraak over het vervangen van enkelglas door dubbelglas wordt voorlopig aangenomen, waarbij de verhuurder tegenbewijs mag leveren.
De huurder mag tevens bewijs leveren dat het pand niet te verwarmen was, mede vanwege een te kleine cv-ketel, waarvoor de verhuurder verantwoordelijk is. De kwestie van verwarming wordt aangehouden tot na bewijslevering. Het hof wijst erop dat de huurder de kosten van extra radiatoren draagt, zodat dit geen gebrek oplevert.
Het hof bepaalt dat getuigen zullen worden gehoord om de gemaakte afspraken en verwarmingsproblemen te onderzoeken. Beide partijen dienen de namen van getuigen tijdig op te geven en aanwezig te zijn bij het verhoor. De beslissing over de huurprijsvermindering en eventuele verrekening wordt aangehouden tot na de bewijslevering. Het tussenvonnis van 19 juni 2019 blijft onherroepelijk.