In deze civiele zaak betreffende het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2006, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. De ouders voerden een langdurige strijd over het gezag, waarbij een ouderschapstraject niet tot verbetering van de onderlinge verstandhouding leidde.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag te handhaven, stellende dat het kind hierdoor niet klem zou raken. De minderjarige zelf gaf echter aan zich klem en verloren te voelen tussen haar ouders, wat stress veroorzaakt en haar belemmert in haar levenskeuzes. Het hof hechtte aan deze behoefte van het kind grote waarde.
Gezien de aanhoudende conflicten, het falen van de hulpverlening en het incident in december 2021 waarbij omgang met de vader werd gestaakt, oordeelde het hof dat het belang van de minderjarige beter gediend is met uitsluitend gezag bij de moeder. Deze beslissing werd bekrachtigd, met het oog op het herstel van rust en het contact tussen vader en kind.