Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het procesverloop in hoger beroep
2.De vaststaande feiten en de kern van dit arrest
3.Bespreking van de argumenten van partijen in hoger beroep
- € 313 aan griffierecht
(3 punten tarief III)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over schadevergoeding wegens onjuiste uitvoering van renovatiewerk aan een galerijflat. [Appellant] had het werk aangenomen en aan [geïntimeerde] opgedragen, die het samen met een werknemer van [appellant] en met diens gereedschap zou uitvoeren. [Appellant] vordert een schadevergoeding van €22.297,96 wegens vermeende foutieve maatvoering en weigert betaling van een deel van de werkuren van [geïntimeerde].
De kantonrechter wees de vordering van [appellant] af en veroordeelde hem tot betaling van de facturen van [geïntimeerde]. Het hof bekrachtigt dit oordeel, maar met een andere motivering. Het hof oordeelt dat zelfs als [geïntimeerde] tekortgeschoten zou zijn, hij niet in verzuim is geraakt omdat niet is gebleken dat hij het herstelwerk heeft geweigerd. De vermeende weigering blijkt niet uit de verklaringen waarop [appellant] zich baseert.
Daarnaast heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat [geïntimeerde] niet in staat was het herstelwerk uit te voeren. Het hof wijst nieuwe standpunten van [appellant] die pas laat werden ingebracht af. Het hof concludeert dat [appellant] [geïntimeerde] niet behoorlijk in staat heeft gesteld het werk af te maken, waardoor geen recht op schadevergoeding bestaat.
Het hof veroordeelt [appellant] tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, begroot op €4.639, en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat aannemer niet aansprakelijk is en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.