ECLI:NL:GHARL:2022:5266

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
22 juni 2022
Zaaknummer
Wahv 200.295.024/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met defecte richtingaanwijzer ondanks voorafgaande controle

De betrokkene werd beboet voor het rijden met een defecte richtingaanwijzer op 26 november 2019 in Apeldoorn. Hij voerde aan dat voorafgaand aan vertrek de verlichting was gecontroleerd en dat het defect aan de aanhangwagen tijdens het rijden ontstond en ter plekke werd hersteld, waardoor sprake zou zijn van overmacht (afwezigheid van alle schuld).

Het hof oordeelt dat de bestuurder te allen tijde verantwoordelijk is voor een goed werkend voertuig en dat het enkele feit dat voorafgaand aan vertrek de verlichting werd gecontroleerd onvoldoende is om afwezigheid van alle schuld aan te nemen. Het arrest van het hof uit 2019, waarbij een bestuurder de kans kreeg het defect te herstellen voordat een sanctie werd opgelegd, is hier niet van toepassing.

De discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om een sanctie op te leggen blijft in dit geval gehandhaafd. De omstandigheden van het concrete geval zijn niet zodanig bijzonder dat matiging van de sanctie gerechtvaardigd is. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie van €95,- voor het rijden met een defecte richtingaanwijzer wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.295.024/01
CJIB-nummer
: 230167509
Uitspraak d.d.
: 22 juni 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 23 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende richtingaanwijzer(s)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 november 2019 om 13:53 uur op de Loudonstraat in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat sprake is van overmacht (het hof begrijpt: afwezigheid van alle schuld). De betrokkene had samen met zijn vrouw voor vertrek de verlichting, waaronder de richtingaanwijzers, gecontroleerd en deze werkte goed. De richtingaanwijzers van de aanhangwagen hebben het tijdens het rijden begeven en zijn ter plekke weer hersteld. De betrokkene had geen reële mogelijkheid om het defect onmiddellijk bij het ontstaan te herstellen. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 21 mei 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:4376). Wanneer een defect geconstateerd wordt door een verbalisant dient een betrokkene eerst de mogelijkheid te krijgen het defect te herstellen. In dit geval is het defect ook hersteld, maar heeft de betrokkene alsnog een sanctie gekregen. Onduidelijk is hoe de betrokkene anders had kunnen handelen. De gemachtigde is van mening dat er voldoende reden is tot matiging van het bedrag van de sanctie.
3. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht. Gelet op hetgeen is aangevoerd moet het hof beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Voorop staat dat een bestuurder er verantwoordelijk voor is dat zijn voertuig te allen tijde voldoet aan de gestelde eisen. Het niet voldoen aan de bepalingen van de Regeling voertuigen rechtvaardigt op zichzelf reeds het opleggen van een sanctie. Niet is vereist dat de bestuurder zich bewust is van de ondeugdelijke werking van de verlichting. Wanneer door een defect aan het voertuig geen richting kan worden aangegeven, kan aan de bestuurder een sanctie worden opgelegd als met het voertuig wordt gereden. Voor het aannemen van afwezigheid van alle schuld is ten minste vereist dat feiten of omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan de betrokkene geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de gedraging. Het enkele feit dat voorafgaand aan het vertrek de verlichting is gecontroleerd en akkoord is bevonden is daartoe onvoldoende.
5. Het door de gemachtigde genoemde arrest van hof betreft een situatie waarin de betrokkene tijdens het rijden een defect aan de verlichting ontdekte en de ambtenaar, nog voordat de betrokkene zijn voertuig op de -na ontdekking van het defect- eerstvolgende (veilige) plek tot stilstand had kunnen brengen. Daarvan is hier geen sprake.
6. Het is verder de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een sanctie op te leggen of daarvan af te zien. Dat in andere gevallen wellicht zou worden volstaan met een waarschuwing, of alvorens een sanctie op te leggen de mogelijkheid zou worden geboden de richtingaanwijzers te repareren, betekent niet dat de betrokkene in dit geval, waarin vaststaat dat de gedraging is verricht, van een sanctie gevrijwaard zou moeten blijven.
7. Gelet hierop is de sanctie terecht opgelegd. Hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd vormt geen reden om het bedrag van te matigen. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
De door de gemachtigde aangevoerde omstandigheden vormen niet zodanig bijzondere omstandigheden.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.