ECLI:NL:GHARL:2022:5266
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor rijden met defecte richtingaanwijzer ondanks voorafgaande controle
De betrokkene werd beboet voor het rijden met een defecte richtingaanwijzer op 26 november 2019 in Apeldoorn. Hij voerde aan dat voorafgaand aan vertrek de verlichting was gecontroleerd en dat het defect aan de aanhangwagen tijdens het rijden ontstond en ter plekke werd hersteld, waardoor sprake zou zijn van overmacht (afwezigheid van alle schuld).
Het hof oordeelt dat de bestuurder te allen tijde verantwoordelijk is voor een goed werkend voertuig en dat het enkele feit dat voorafgaand aan vertrek de verlichting werd gecontroleerd onvoldoende is om afwezigheid van alle schuld aan te nemen. Het arrest van het hof uit 2019, waarbij een bestuurder de kans kreeg het defect te herstellen voordat een sanctie werd opgelegd, is hier niet van toepassing.
De discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om een sanctie op te leggen blijft in dit geval gehandhaafd. De omstandigheden van het concrete geval zijn niet zodanig bijzonder dat matiging van de sanctie gerechtvaardigd is. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De sanctie van €95,- voor het rijden met een defecte richtingaanwijzer wordt bevestigd.