Uitspraak
[verdachte] ,
Procesgang
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad tegen een eerdere veroordeling voor medeplegen van voorbereiding van gijzeling, vrijheidsberoving en/of afpersing. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf, in hoger beroep tot 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug.
Tijdens het onderzoek in hoger beroep bleek dat verdachte samen met medeverdachte informatie had verstrekt over potentiële slachtoffers, waaronder persoonlijke gegevens en losgeldbedragen. Deze informatie was bedoeld om gijzeling en afpersing voor te bereiden. Echter, het hof oordeelde dat de verstrekte informatie niet bestemd was tot het daadwerkelijk plegen van de misdrijven, maar slechts voor de voorbereiding daarvan.
De verdediging voerde aan dat de gesprekken na 31 oktober 2014 niet relevant waren en dat er geen daadwerkelijke voorbereiding was. Het hof volgde dit en stelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om te concluderen dat de informatie bestemd was voor het begaan van de misdrijven. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het tenlastegelegde. Tevens werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor de overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen voorbereiding gijzeling wegens ontbreken van bestemdheid van verstrekte informatie tot het misdrijf.