ECLI:NL:GHARL:2022:5647
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep in verkeerszaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het administratief beroep tegen een verkeerssanctie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van een bevoegde natuurlijke persoon binnen de rechtspersoon.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter buiten de omvang van het geschil was getreden door ambtshalve te toetsen op machtiging, wat niet tot de openbare orde behoort en daarom niet ambtshalve getoetst mag worden. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd.
Het hof beoordeelde vervolgens het beroep tegen de sanctie van €95 wegens handelen in strijd met een gesloten verklaring. De betrokkene voerde aan dat de boa niet bevoegd was de sanctie op te leggen omdat het toepasselijke verkeersbesluit niet kon worden achterhaald en dat de sanctie onterecht was opgelegd zonder staandehouding.
Het hof stelde dat de bevoegdheid van de boa uitgaat van het bestaan van de gesloten verklaring en dat twijfel alleen ontstaat bij onderbouwde betwisting van het doel van de gesloten verklaring. De stelling dat het verkeersbesluit niet kon worden achterhaald, leidde niet tot twijfel over de bevoegdheid.
Verder oordeelde het hof dat de verklaring van de boa over het ontbreken van een veilige mogelijkheid tot staandehouding voldoende was en dat de foto waarop de betrokkene zich bevond niet relevant was voor de locatie van de staandehouding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €95 blijft in stand.