Uitspraak
(onder verantwoordelijkheid van Geestelijke Gezondheidszorg (hierna: GGZ) [locatie] ),
Overwegingen:
Beslissing
[terbeschikkinggestelde] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 juni 2022 uitspraak gedaan in het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van de terbeschikkinggestelde met een termijn van één jaar.
De terbeschikkinggestelde, verblijvend onder verantwoordelijkheid van een GGZ-instelling, had zonder incidenten de TBS doorlopen. Zijn raadsman pleitte voor bevestiging van de rechtbankbeslissing en stelde dat een civielrechtelijk kader, zoals de Wet zorg en dwang (Wzd), een reële optie is, waarbij een verlenging van twee jaar niet passend zou zijn.
Het openbaar ministerie verzocht tot vernietiging van de rechtbankbeslissing en verlenging van de TBS met twee jaar, waarbij het belang van een gedegen forensisch kader werd benadrukt. Het hof oordeelde dat de rechtbank op juiste gronden de verlenging met één jaar en wijziging van voorwaarden had besloten en bevestigde dit met aanvullende gronden.
Het hof benadrukte dat vóór een volgende verlengingszitting duidelijkheid moet zijn over de mogelijkheden van een civielrechtelijk kader, met bijzondere aandacht voor de (on)mogelijkheden van een rechterlijke machtiging onder de Wzd, mede gelet op de verstandelijke beperking van de terbeschikkinggestelde en de noodzaak van intensieve professionele begeleiding.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en de raden waren niet in staat de beslissing mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar en benadrukt het belang van onderzoek naar civielrechtelijke mogelijkheden onder de Wzd.