Belanghebbende is als vennoot van een vof aansprakelijk gesteld voor een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2013 tot en met 2016, inclusief een verzuimboete, belastingrente en vervolgingskosten. De aansprakelijkstelling volgde op een constatering van een aanzienlijke balansschuld en het niet tijdig betalen van de belastingschuld door de vof.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarbij de verzuimboete wegens termijnoverschrijding werd verminderd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld, waarbij onder meer de vraag aan de orde was of de ontvanger alle relevante stukken had overgelegd, of het uitstel van betaling terecht was geweigerd, en of belanghebbende zich kon disculperen van aansprakelijkheid.
Het hof oordeelde dat de ontvanger niet tekort was geschoten in zijn verplichtingen, dat belanghebbende terecht aansprakelijk was gesteld omdat hij onvoldoende had gedaan om de belastingschuld te voldoen, en dat het beroep op de disculpatiemogelijkheid faalde. Ook werd bevestigd dat het bezwaar tegen de aansprakelijkstelling geen nieuwe feiten kan inbrengen die reeds onherroepelijk zijn vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.