Uitspraak
[appellant],
ETS,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft de financiële afwikkeling van het dienstverband van appellant bij European Transport Services Drachten B.V. (ETS). Appellant was van juni 2017 tot december 2019 in dienst en vorderde achterstallig loon en verblijfkostenvergoeding over de periode februari tot en met november 2019. De kantonrechter wees deze vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep stelde appellant dat ETS de cao niet correct had nageleefd en verzocht om toewijzing van de vorderingen, inclusief inzage in urenverantwoordingsstaten en bruto/netto specificaties. ETS voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan op grond van de reclamatieregeling in de cao, maar dit verweer werd verworpen.
Het hof oordeelde dat appellant voldoende had onderbouwd dat ETS onjuist had betaald, onder meer door een berekening met een loonprogramma van FNV/VNB. De vordering tot achterstallig loon van €3.938,60 bruto en verblijfkostenvergoeding van €1.957,65 netto werden toegewezen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Ook werden herziening van de eindafrekening, verstrekking van specificaties en inzage in dagrapporten toegewezen, met dwangsommen bij niet-nakoming.
Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de vorderingen toe, veroordeelt ETS in de proceskosten en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot betaling van achterstallig loon en verblijfkostenvergoeding toe, inclusief wettelijke verhoging en rente, en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.