ECLI:NL:GHARL:2022:5940
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks bezwaren moeder
In deze zaak staat de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de beslissing van de kinderrechter die de uithuisplaatsing heeft toegestaan. De minderjarige woont sinds maart 2022 in een gezinshuis en is onder toezicht gesteld tot maart 2023. De moeder wenst dat de uithuisplaatsing wordt aangepast zodat de minderjarige tijdens schooldagen elders verblijft en de rest van de tijd bij haar.
Het hof overweegt dat het niet nodig is de minderjarige, die acht jaar oud is, uit te nodigen om zijn mening te geven, mede vanwege zijn hechtingsproblematiek en de noodzaak tot rust. Het hof bevestigt dat het onderzoek door de raad voor de kinderbescherming adequaat is uitgevoerd en wijst op eerdere zorgmeldingen en hulpverlening die niet voldoende verbetering brachten.
De moeder accepteert weliswaar vrijwillige hulp, maar dit is onvoldoende om de ernstige zorgen weg te nemen. Het hof benadrukt de noodzaak van verder onderzoek naar de hechtingsproblematiek en de vraag of de moeder aan de ontwikkelingsbehoeften van de minderjarige kan voldoen. Het hof concludeert dat de uithuisplaatsing geen ongeoorloofde inbreuk vormt op het recht op gezinsleven en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter, waarbij het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.