De Gemeente Utrecht schreef in 2018 een Europese aanbesteding uit voor een concessieovereenkomst van 15 jaar voor reclame-exploitatie op haltevoorzieningen zoals abri’s. De opdracht werd gegund aan Reclame Bureau Limburg (RBL), ondanks dat JCDecaux stelde dat RBL’s inschrijving ongeldig was vanwege het niet voldoen aan eis 5.8.3 van het Programma van Eisen (PvE).
Eis 5.8.3 bepaalt dat het zitelement van de abri 'zwevend' moet zijn bevestigd en niet op de vloer mag steunen. Het hof oordeelt dat deze eis duidelijk en ondubbelzinnig is en slechts op één wijze kan worden uitgelegd: het zitelement mag niet op eigen poten staan maar moet aan de constructie van de abri hangen. De door RBL geplaatste abri’s voldoen hier niet aan omdat het zitelement op eigen poten steunt.
Daarmee had de Gemeente de inschrijving van RBL ongeldig moeten verklaren en de opdracht aan JCDecaux moeten gunnen. Door dit niet te doen, handelde de Gemeente onrechtmatig jegens JCDecaux. Het hof wijst het hoger beroep van de Gemeente af en bevestigt het vonnis van de rechtbank dat de Gemeente aansprakelijk is en verwijst de zaak door naar een schadestaatprocedure.