ECLI:NL:HR:2017:1265

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
16/02035
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg aanbestedingsstukken en raamovereenkomst bij tekortkoming nakoming transportdiensten

De zaak betreft een geschil tussen JBM Koeriers B.V. en de Universiteit van Amsterdam over de nakoming van werkzaamheden in het kader van een raamovereenkomst voor transportdiensten. JBM stelde dat er sprake was van tekortkoming in de nakoming van de gegunde werkzaamheden. De rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het geschil heeft behandeld en een arrest heeft gewezen dat aan het arrest van de Hoge Raad is gehecht.

JBM heeft tegen het arrest van het hof cassatieberoep ingesteld, terwijl de Universiteit van Amsterdam een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht, en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het principale beroep.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden en dat er geen aanleiding is om rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden. Het voorwaardelijk incidentele beroep is daardoor niet aan de orde gekomen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van JBM verworpen en JBM veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van JBM Koeriers wordt verworpen en JBM wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

7 juli 2017
Eerste Kamer
16/02035
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
JBM KOERIERS B.V.,
gevestigd te Leiden,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als JBM en UvA.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/433633 / HA ZA 12-1480 van de rechtbank Den Haag van 13 maart 2013 en 20 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.160.072/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft JBM beroep in cassatie ingesteld. UvA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de UvA mede door mr. M.W.A. Schimmel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaat van JBM heeft bij brief van 2 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt JBM in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de UvA begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
7 juli 2017.