Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 augustus 2022 de beschikking van de rechtbank Gelderland bekrachtigd waarin het gezag van de moeder over haar minderjarige kind is beëindigd. De moeder was het niet eens met deze beslissing en ging in hoger beroep. Het hof heeft het beroep echter verworpen en de bestreden beschikking bevestigd.
De minderjarige is sinds 2019 uit huis geplaatst en verblijft in een perspectief biedend pleeggezin. Uit onderzoek van het Instituut [naam1] is gebleken dat het perspectief van de minderjarige niet bij de moeder ligt. De moeder kan de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn dragen, waardoor sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind.
Het hof overweegt dat tijdelijke maatregelen zoals ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer passend zijn. Het belang van het kind bij zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting vereist een duidelijke toekomst, hetgeen wordt bereikt door beëindiging van het gezag en benoeming van pleegouders tot voogden.
De inmenging in het familie- en gezinsleven van moeder en kind is proportioneel en subsidiariteit is gewaarborgd. Het hof verklaart de beschikking tevens uitvoerbaar bij voorraad en complimenteert de moeder en pleegouders met hun goede onderlinge verstandhouding en communicatie, die belangrijk is voor het welzijn van de minderjarige.