Partijen zijn de ouders van een minderjarige over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De minderjarige stond van oktober 2019 tot april 2022 onder toezicht. De rechtbank Overijssel had in mei 2020 bepaald dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder is, met een zorg- en contactregeling waarbij de vader omgang heeft in een week-op-week-af regeling.
De vader verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem toe, met een aangepaste omgangsregeling voor de moeder. Het hof overwoog dat de hoofdverblijfplaats definitief was vastgesteld en dat wijziging alleen mogelijk is bij gewijzigde omstandigheden. De start van de basisschool en de afstand tussen woonplaatsen vormden een relevante wijziging, maar het belang van de minderjarige bij stabiliteit en continuïteit woog zwaarder.
Er waren geen aanwijzingen dat de moeder tekortschiet in de opvoeding. De zorgen van de school werden adequaat opgepakt en de ondertoezichtstelling was beëindigd. Het hof zag geen reden om de hoofdverblijfplaats te wijzigen en wees het verzoek van de vader af. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.