ECLI:NL:GHARL:2022:7593

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 september 2022
Publicatiedatum
2 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.305.091/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 18 lid 2 RVV 1990Art. 80 RVV 1990Art. 1 RVV 1990
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor het niet verlenen van voorrang bij linksaf slaan ondanks gelijktijdig groen verkeerslicht

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het niet verlenen van voorrang aan een tegemoetkomend rechtsafslaand politievoertuig op 23 december 2019 in Emmeloord. Hij stelde dat hij het verkeerslicht groen had en de haaientanden was gepasseerd, en dat de politieauto plots gas gaf waardoor hij moest uitwijken.

Het hof oordeelde dat zowel het verkeerslicht voor de betrokkene als voor de politieauto groen was, waardoor het niet duidelijk was wie voorrang had op basis van verkeerslichten of haaientanden. Daarom geldt de algemene verkeersregel dat linksafslaande bestuurders rechtsafslaand verkeer voor moeten laten gaan.

De betrokkene heeft de politieauto niet in staat gesteld om ongehinderd zijn weg te vervolgen, wat neerkomt op het niet verlenen van voorrang. Er waren geen omstandigheden die de sanctie konden matigen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van €240,- voor het niet verlenen van voorrang aan een rechtsafslaand politievoertuig.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.305.091/01
CJIB-nummer
: 230716522
Uitspraak d.d.
: 2 september 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 22 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2022. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “links afslaande, geen voorrang aan tegemoetkomende rechts afslaande bestuurders verlenen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 december 2019 om 10:50 uur op het Harmen Visserplein in Emmeloord met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene bestrijdt dat de gedraging is verricht. Hij voert aan dat hij het verkeerslicht is gepasseerd toen het groen licht uitstraalde, hij het stopvak voor fietsers, de rijbaan met verkeer van links en de middenberm met haaientanden is gepasseerd en hij vervolgens de rijbaan is opgedraaid. Pas op dat moment geeft de politieauto gas, waardoor hij naar links moest sturen om de politieauto te ontwijken, terwijl de politieauto zich nog achter de haaientanden bevond. De betrokkene wist niet dat de verkeerslichten aan de overzijde intussen ook groen licht uitstralen. Pas in het proces-verbaal na zijn eerste bezwaar wordt gesteld dat er sprake zou zijn van een noodstop door de politie auto. Uit de gevoerde conversatie met de ambtenaar blijkt hier niet van. Het is niet de kwestie of verkeerslichten boven voorrangsregels gaan zoals de kantonrechter overweegt.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Op maandag 23 december 2019 reden verbalisanten op het Harmen Visserplein te Emmeloord in de richting van de Urkerweg. Wij moesten stoppen voor het rode verkeerslicht. Het verkeerslicht bevindt zich op het Harmen Visserplein met de kruising Urkerweg. Het is ons verbalisanten bekend dat het verkeerslicht tegenover ons gelijktijdig op groen gaat. Hierdoor rijden de voertuigen in noordelijke en zuidelijke richting tegelijk op. Wij hadden onze rechter knipperlicht aan om rechtsaf de Urkerweg op te rijden. Wij zagen dat er tegenover ons een voertuig stond voorzien van kenteken [kenteken] stond te wachten voor het verkeerslicht. Wij zagen dat het linker knipperlicht van het voertuig brandde. Wij zagen dat ons verkeerslicht groen werd. Wij reden op en moesten plots remmen om een aanrijding te voorkomen met het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] . Hierop gaven wij het voertuig een stopteken op de Urkerweg. Wij zagen dat het voertuig direct stopte. Daarop gaven wij het voertuig een volgteken en hebben wij de bestuurder een proces-verbaal aangezegd.
Verklaring betrokkene: In mijn beleving was ik de haaientanden voorbij en had ik voorrang.”
5. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 20 april 2022. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“Ik was destijds en ben heden nog steeds van mening dat wij, verbalisanten [verbalisant1] en [verbalisant2] , op het kruispunt voorrang hadden op de betrokkene. Hoe de situatie precies was kan ik mijn niet herinneren, daar het al enige tijd geleden was. Wel kan ik mij herinneren dat wij plots moeten remmen zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen. Het zou mooi zijn als de dashcambeelden getoond worden, zodat hiernaar gekeken kan worden. Ik ben wel van mening dat wanneer men voor het eerst deze kruising over rijdt dat men niet duidelijk kan zien of weten dat tegemoetkomend verkeer tegelijk groen krijgt. Hiervoor ontbreekt de bebording.”
6. Het dossier bevat daarnaast een aantal door de betrokkene overgelegde afdrukken van de dashcambeelden. De betrokkene heeft ter zitting ook de dashcambeelden getoond. Hierop is de kruising van de Urkerweg met het Harmen Visserplein te zien vanuit de richting van de Kampwal. De situatie is als volgt. De betrokkene reed op de rechter rijbaan over de brug. Eerst passeert de betrokkene de stopstreep voor motorvoertuigen. Daarachter bevindt zich een vak voor fietsers, met ook een stopstreep voor fietsers. Daarna wordt de weg gekruist door een strook voor voetgangers om over te steken. Deze wordt aangegeven door middel van twee rijen onderbroken witte strepen op de rijbaan. Ter hoogte van de eerste rij onderbroken strepen bevindt zich aan de rechterzijde van de rijbaan een verkeerslicht. Daar weer achter bevinden zich haaientanden waarna de kruisende weg ligt. Het politievoertuig stond aan de overzijde van de kruising, net voorbij de verkeerslichten, voor de haaientanden aan die zijde van de weg.
7. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 18, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Hierin is het volgende bepaald:
“Bestuurders die naar links afslaan, moeten tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt naar rechts afslaan voor laten gaan.”
8. Het hof dient te beoordelen of sprake is van de situatie zoals beschreven in dit artikel. Allereerst is de vraag aan de orde of de betrokkene de ambtenaren in het politievoertuig voor moest laten gaan. Naar het oordeel van het hof is dat het geval.
9. Vaststaat dat zowel het verkeerslicht dat voor de betrokkene gold als het verkeerslicht dat voor de ambtenaar gold groen licht uitstraalde. Hieruit volgt in deze situatie dus niet wie voorrang heeft. Het hof is van oordeel dat zich in dit geval niet een situatie voordoet als in het arrest van het hof van 14 mei 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3787). Anders dan in die situatie is geen sprake van tweemaal een rij haaientanden en staan de verkeerslichten dichter op het kruispunt.
10. Wie voorrang heeft, volgt ook niet uit een verkeersteken. Voor zowel de betrokkene als de ambtenaar golden haaientanden, maar die bepalen slechts dat voorrang moet worden verleend aan verkeer op de kruisende weg (zie daarvoor artikel 80 van Pro het RVV 1990). In het onderhavige geval was echter sprake van tegemoetkomend verkeer. Dat de betrokkene de haaientanden al voorbij was op het moment waarop het voertuig van de ambtenaar nog stilstond voor de haaientanden, doet daar niet aan af.
11. Nu de verkeerslichten en verkeerstekens in dit geval niet aangeven wie voorrang heeft, geldt de verkeersregel van artikel 18, tweede lid, van het RVV 1990. Deze regel is niet onverenigbaar met het groen uitstralende verkeerslicht in dit geval. De betrokkene sloeg af naar links (lange bocht) en de ambtenaar rechtsaf (korte bocht). De betrokkene moest het voertuig van de ambtenaar daarom voor laten gaan.
12. Vervolgens dient het hof te beoordelen of de betrokkene de ambtenaar niet voor heeft laten gaan. Daarvan is naar het oordeel van het hof sprake. Het begrip ‘voor laten gaan’ is in het RVV 1990 niet gedefinieerd. Wel is in artikel 1 van Pro het RVV 1990 de definitie van ‘voorrang verlenen’ opgenomen: ‘het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen’. Uit de Nota van toelichting bij het RVV 1990 (Staatsblad 1990, 495, p. 90) volgt dat zowel de regeling van de voorrang als die van het afslaan inhoudt dat de ene weggebruiker de andere weggebruiker in staat stelt om ongehinderd zijn weg te vervolgen. Gelet op deze definitie kan in het midden blijven of de ambtenaren een noodstop hebben moeten maken. De betrokkene heeft de bestuurder van het politievoertuig niet in staat gesteld om ongehinderd zijn weg te vervolgen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
13. Gelet op wat is aangevoerd, dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
14. Het hof ziet geen aanleiding een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Niet gebleken is dat de situatie zodanig onduidelijk was dat de betrokkene geen verwijt kan worden gemaakt. Dat de betrokkene niet wist dat het tegemoetkomende verkeer tegelijk met de betrokkene groen licht kreeg, brengt niet mee dat de betrokkene niet kan worden verweten dat hij de ambtenaar, die rechtsaf sloeg, niet voor heeft laten gaan. Van weggebruikers mag, zeker indien zij ter plaatse onbekend zijn, worden verwacht dat zij te allen tijde alert zijn op de in acht te nemen regels van voorrang.
15. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.