Uitspraak
[appellant],
Van Mourik,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant kocht in juli 2017 een gebruikte Mercedes bij Autobedrijf Van Mourik Geldermalsen B.V. De koopprijs werd overeengekomen op €10.200,-, te voldoen door inruil van een andere auto en een bijbetaling van €7.500,-. Appellant stelde dat hij dit bedrag contant had voldaan bij aflevering van de auto in augustus 2017, maar Van Mourik betwistte ontvangst hiervan.
In de procedure bij de kantonrechter werd appellant toegelaten tot het leveren van bewijs voor de contante betaling. Appellant en een kennis verklaarden dat het geld in een enveloppe was overhandigd en geteld, terwijl medewerkers van Van Mourik dit ontkenden en stelden dat contante betalingen altijd in aanwezigheid van de klant worden geteld en geregistreerd, wat hier niet was gebeurd.
De kantonrechter oordeelde dat appellant het bewijs niet had geleverd en wees de vordering van Van Mourik toe. In hoger beroep stelde appellant dat het getuigenbewijs onjuist was gewaardeerd. Het hof bevestigde echter dat er sprake was van tegenstrijdige verklaringen en dat appellant niet overtuigend had bewezen dat de betaling had plaatsgevonden. Het ontbreken van een kwitantie en registratie in het kasboek sprak tegen appellant.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant tot betaling van de resterende koopsom en proceskosten. Het hoger beroep werd afgewezen omdat het bewijs onvoldoende was geleverd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld tot betaling van het restant van de koopsom en proceskosten.