Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige die sinds 2019 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling en sinds 2020 uit huis is geplaatst. De moeder is alleen belast met het gezag, maar kan niet adequaat voor het kind zorgen.
De rechtbank had het gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hof baseerde zich onder meer op het rapport van een onafhankelijk instituut dat concludeerde dat terugplaatsing bij de moeder geen perspectief biedt.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tijdelijke maatregelen zijn die niet langer passend zijn, omdat het kind recht heeft op duidelijkheid en continuïteit. De beëindiging van het gezag is proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van het kind. De moeder behoudt wel een belangrijke rol in het leven van het kind. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over de minderjarige wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd.