Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
) heeft ter grootte van (...) (€ 162.000,00)
) toegedeeld. De overdracht van het
) vindt plaats mits er gelijktijdig ontslag uit de hoofdelijke
) plaatsvindt.
) de helft van de hypothecaire geldlening meenemen naar zijn
(…)
) vindt dat(... de vrouw, hof
) [de vrouw] deze boeterente moet voldoen en (...de
) is – omdat (...de man, hof
) de helft van de hypothecaire geldlening meeneemt
) de boeterente
)
dat, hof) de op de woning rustende hypotheek door de verkrijger wordt afgelost door vestiging van een nieuwe hypotheek, waardoor voor de man geen ontslag uit de aansprakelijkheid behoeft te worden gevraagd. Bovendien is opgenomen dat de vrouw aan de man verschuldigd is een bedrag in verband met overbedeling, naderhand vast te stellen. De vrouw heeft de hypothecaire geldlening als verkrijger van de woning afgelost.
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.Het geschil in hoger beroep
primairzal bepalen dat de botter, met inachtneming van wat volgens de vrouw onder de botter valt en met inachtneming van de door de vrouw geformuleerde voorwaarden onder punt 46 en 49 van de memorie van antwoord, aan de man zal worden toegedeeld, voor een bedrag van € 30.000,-, waarbij de man bovendien de door de vrouw te maken kosten voor herstel van het weiland moet voldoen voor een bedrag van € 3.617,30, onder de opschortende voorwaarde dat de man de botter binnen een termijn van 12 weken na het te wijzen (bedoeld zal zijn:) arrest moet ophalen bij gebreke waarvan de botter of onderdelen die tot de botter behoren (als genoemd onder punt 49 van de memorie van antwoord) wordt/worden toegedeeld aan de vrouw tegen betaling van een bedrag van € 0,- ;