Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger namens de GI (via een digitale beeldverbinding);
- een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
6.De beslissing
- dat de vader [de minderjarige1] en [de minderjarige2] eenmaal per veertien dagen op vrijdag ophaalt, [de minderjarige1] bij school en [de minderjarige2] bij de moeder en wanneer er geen school is beide kinderen om 16.00 uur bij de moeder, en dat de moeder de kinderen op zondag om 15.30 uur ophaalt bij de vader en dat deze regeling onder regie van de GI kan worden uitgebreid;
- dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld in onderling overleg en indien nodig onder regie van de GI;