ECLI:NL:GHARL:2022:8692

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 oktober 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
Wahv 200.296.443/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, derde lid WahvArt. 4:84 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie geslotenverklaring ondanks ontbreken plattegrond in zaakoverzicht

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op de Ritsevoort in Alkmaar. De betrokkene betwistte de feitcode en stelde dat een andere feitcode met een hogere sanctie van toepassing was vanwege uitzonderingen voor fietsers en lijnbussen, maar wijziging was niet mogelijk vanwege het hogere sanctiebedrag.

Foto's toonden de relevante bebording met zonebord C1 en onderborden voor uitzonderingen. De Commissie Feiten en Tarieven gaf aan dat feitcode R550b bedoeld is voor specifieke rijstroken op snelwegen, maar het hof oordeelde dat toepassing van de algemene feitcode R550a ook mogelijk is en dat een ambtenaar discretionair kan kiezen voor de lagere sanctie.

Verder stelde de betrokkene dat het ontbreken van een plattegrond met bebording in het zaakoverzicht in strijd was met het Beleidskader digitale handhaving en artikel 4:84 Awb Pro. Het hof oordeelde dat deze eis geen beleidsregel is die de sanctiebevoegdheid van de ambtenaar beperkt, zodat het ontbreken van de plattegrond niet leidt tot vernietiging van de sanctie.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 voor het overtreden van de geslotenverklaring en wijst het beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.296.443/01
CJIB-nummer
: 225143945
Uitspraak d.d.
: 11 oktober 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 7 mei 2021, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 februari 2022. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen O. Acar. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie.
Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor feitcode R550a: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 maart 2019 om 16.44 uur op de Ritsevoort in Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging niet. Hij voert aan dat feitcode R550b had moeten worden toegepast, omdat op de Heul (het hof begrijpt: Ritsevoort) in Alkmaar fietsers en lijnbussen zijn uitgezonderd van de geslotenverklaring. Het wijzigen van de feitcode is echter niet mogelijk, omdat voor de gedraging die bij die feitcode hoort een hoger sanctiebedrag geldt. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven, aldus de gemachtigde.
3. Bij het aanvullend proces-verbaal van de betrokken ambtenaar van 4 oktober 2019 zijn verschillende foto’s gevoegd. Op de foto’s van 13 maart 2019 en 15 april 2019 met betrekking tot de ter plaatse aanwezige bebording is telkens een zonebord C1 zichtbaar, met daaronder onderborden met respectievelijk - voor zover hier van belang - de tekst ”uitgezonderd lijndiensten” en “fietsen toegestaan”.
4. De Commissie Feiten en Tarieven (hierna: CFT) heeft naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van de advocaat-generaal op de vraag waarom de feitcodes R550a en R550b, met verschillende sanctiebedragen, naast elkaar bestaan aangegeven dat feitcode R550b (uitsluitend) is bedoeld voor specifieke rijstroken ofwel doelgroepenstroken op de snelweg (bijvoorbeeld busstroken).
5. Het hof heeft in het arrest van 22 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8185, geoordeeld dat de uitleg die door de CFT, die geen regelgevende bevoegdheid heeft, aan feitcode R550b wordt gegeven geen steun vindt in de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de regeling. Toepassing van feitcode R550b (specifieke feitcode) in plaats van feitcode R550a (algemene feitcode) is in een situatie als de onderhavige derhalve niet uitgesloten. In het kader van de Wahv heeft een ambtenaar echter een discretionaire bevoegdheid om, in geval een gedraging is verricht die valt onder zowel een algemene feitcode als een specifieke feitcode, terwijl bij die algemene feitcode een lager sanctiebedrag hoort dan bij de specifieke feitcode, een sanctie op te leggen voor de gedraging die valt onder de algemene feitcode.
6. De gemachtigde voert verder aan dat in het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader) de verplichting is opgenomen
tot het overleggen van een plattegrond met daarop alle borden en vooraankondigingen. Deze plattegrond bevindt zich niet in het zaakoverzicht en deze dient op grond van de tekst van het Beleidskader deel uit te maken van het algemeen proces-verbaal. Nu niet aan deze eis is voldaan, is in strijd met het Beleidskader gehandeld en daarmee is sprake van schending van artikel 4:84 van Pro de Awb, aldus de gemachtigde.
7. Het Beleidskader bevat diverse (rand)voorwaarden en uitgangspunten waaraan moet zijn voldaan voordat met digitale handhaving in het kader van een geslotenverklaring dan wel met betrekking tot het inrijden van een voetgangersgebied kan worden gestart. In het arrest van
1 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7566, is door het hof geoordeeld dat een deel daarvan de wijze waarop gemeentelijke boa's van hun bevoegdheid gebruik dienen te maken om een administratieve sanctie op te leggen raakt en als zodanig als een beleidsregel waaraan de ambtenaar is gebonden - als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wahv - dient te worden beschouwd. De voorwaarde dat een plattegrond met daarop alle borden en vooraankondigingen in een door de gemeente op te stellen plan van aanpak dient te worden opgenomen en deel dient uit maken van het algemeen proces-verbaal, raakt niet de wijze waarop gemeentelijke boa's van hun bevoegdheid gebruik dienen te maken om een administratieve sanctie op te leggen en daarmee is geen sprake van een beleidsregel als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wahv. Deze plattegrond behoeft dan ook niet in het zaakoverzicht te worden opgenomen, zodat deze grond faalt.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).
9. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.