Betrokkene is door het hof veroordeeld voor zesvoudig medeplegen van oplichting en het leiden van een criminele organisatie die internetoplichting pleegde. In hoger beroep is het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €25.833,22, gebaseerd op een ontnemingsrapportage en het strafdossier.
Het hof heeft de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van een hoger bedrag verworpen en slechts die zaken meegenomen waarin voldoende aanwijzingen voor persoonlijke betrokkenheid van betrokkene bestonden. Hierbij is rekening gehouden met de modus operandi, gebruikte bedrijfsgegevens en de rol van betrokkene als leider binnen de organisatie.
De kosten werden pro rata toegerekend en in mindering gebracht op de opbrengsten. De verdediging verzocht om vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar het hof wees dit af omdat de strafoplegging in de hoofdzaak hiermee rekening hield.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing en legde betrokkene de verplichting op om het vastgestelde bedrag van €25.833,22 aan de Staat te betalen, met een maximale gijzelingstermijn van 516 dagen voor het geval van niet-betaling.