Uitspraak
1.[appellant1] Betonwerken V.O.F.,
[appellant1] Betonwerken,
[appellante2],
[appellant3],
[appellant1] Betonwerken c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert een toeleverancier betaling voor geleverde betonijzermaterialen aan een betonwerkenbedrijf. De rechtbank wees een deel van de facturen toe, maar het betonwerkenbedrijf ging in hoger beroep om de vordering volledig af te wijzen.
Het hof beoordeelde de feiten en stelde vast dat onjuiste facturen of het ontbreken van creditfacturen geen opschortingsrecht rechtvaardigen. De betalingsverplichting ontstaat door levering van materialen, niet door correcte facturering. Diverse facturen werden inhoudelijk beoordeeld, waarbij sommige facturen onvoldoende waren onderbouwd en daarom werden afgewezen, terwijl andere facturen wel toewijsbaar waren.
De hoofdsom werd door het hof verlaagd van circa €26.744 naar €17.903, inclusief btw. De wettelijke handelsrente werd dienovereenkomstig aangepast. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het beroep op opschorting werd verworpen en het vonnis van de rechtbank werd in aangepaste vorm bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst een lager bedrag toe voor geleverde materialen en verwerpt het beroep op opschorting van betaling.