ECLI:NL:GHARL:2022:9764
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.L. van der Bel
- Rechtspraak.nl
Oordeel over verdeling voormalige echtelijke woning en lasten na scheiding
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de voormalige echtelijke woning in 2012 al verdeeld was na het vertrek van de vrouw en het verzoek tot echtscheiding. Partijen waren getrouwd in gemeenschap van goederen en samen eigenaar van de woning die in 2021 aan een derde werd verkocht. De man vorderde dat het bedrag in depot bij de notaris volledig aan hem toekwam, terwijl de vrouw de helft van de overwaarde opeiste.
Het hof oordeelde dat er geen stilzwijgende of expliciete verdeling van de woning in 2012 heeft plaatsgevonden, ondanks het feit dat de vrouw de woning in februari 2012 verliet en het huwelijk in november 2012 werd ontbonden. De man kon niet aantonen dat partijen een verdelingsovereenkomst sloten. De rechtbank had de overwaarde grotendeels aan de vrouw toegekend en het hof bekrachtigde dit oordeel.
De man vermeerderde zijn eis met een vordering tot vergoeding van de helft van de lasten van de woning die hij sinds 2012 alleen betaalde. Het hof oordeelde dat de vrouw deze helft moet betalen, maar dat dit bedrag kan worden verrekend met de gebruiksvergoeding die de man aan haar moet betalen voor het exclusieve gebruik van de woning. Hierdoor hebben partijen over en weer geen verdere vorderingen. De man stelde ook dat de vrouw maximaal €10.000,- recht zou hebben, maar dit werd verworpen omdat partijen geen overeenstemming bereikten.
Het hoger beroep van de man werd afgewezen, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de vrouw.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij de verdeling van de woning en lasten wordt bevestigd.