Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor de verbouwing van een woning. De aannemer schortte zijn werkzaamheden op vanwege een niet-betaalde meerwerkfactuur. De rechtbank wees de vorderingen van de opdrachtgever af, waarna hoger beroep volgde.
Het hof beoordeelde of de opschorting terecht was en of er een rechtsgeldige meerwerkovereenkomst bestond. Het stelde vast dat de meerwerkfactuur van 15 juli 2020 niet opeisbaar was, omdat de aannemer niet had voldaan aan zijn waarschuwingsplicht en geen opdracht voor het meerwerk kon aantonen. De opschorting was daarom onrechtmatig.
Het hof stelde de schade vast op € 20.950,-, gebaseerd op een offerte van een ander bouwbedrijf en erkende ook schade voor niet geleverde deuren en beschadigde onderdelen. Daarnaast werden incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de aannemer veroordeeld tot betaling en terugbetaling van reeds betaalde bedragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de aannemer tot betaling van € 20.950,- schadevergoeding, incassokosten en rente, met compensatie van de proceskosten.