Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarbij de ondertoezichtstelling van zijn kinderen werd verlengd en machtiging werd verleend tot gedeeltelijke uithuisplaatsing in een logeeropvang. De kinderen verblijven momenteel één weekend per maand buiten huis, wat hen belemmert in hun sociale leven. De vader en moeder zijn van mening dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk zijn, mede vanwege positieve ontwikkelingen en hun bereidheid tot vrijwillige hulpverlening.
De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat er nog sprake is van ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen en onvoldoende acceptatie van hulpverlening door de ouders. De GI erkent dat de uithuisplaatsing slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd en onderzoekt alternatieven zonder uithuisplaatsing.
Het hof oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing onvoldoende effect sorteert en dat de kinderen zich tegen de logeerweekenden verzetten. Daarom wordt de uithuisplaatsing per direct opgeheven. De ondertoezichtstelling wordt echter bekrachtigd omdat deze nog bijdraagt aan het ondersteunen van de kinderen en het bestendigen van positieve ontwikkelingen. De beschikking wordt voor het overige bekrachtigd en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De machtiging tot gedeeltelijke uithuisplaatsing wordt per direct opgeheven, ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd voor de resterende periode.