Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2017 in Turkije gehuwd en hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De man heeft in januari 2023 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank Gelderland sprak de echtscheiding uit en bepaalde dat de man huurder van de echtelijke woning is.
De vrouw kwam in hoger beroep met twee grieven: de rechtsgeldigheid van de betekening van het echtscheidingsverzoek en het huurrecht van de woning. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was verricht conform artikel 57 Rv Pro en het verzoekschrift aan de vrouw was betekend op het adres van de echtelijke woning.
Ten aanzien van het huurrecht maakte het hof een belangenafweging op grond van artikel 7:266 lid 5 BW Pro. De man heeft een langdurige binding met de woning en de buurt, terwijl de vrouw tijdelijk in noodopvang verblijft en geen binding met de buurt heeft. Daarom weegt het belang van de man zwaarder.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en compenseerde de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking en wijst het verzoek van de vrouw af om exclusieve huurrechten toe te kennen.