Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van twee minderjarige kinderen die sinds 2019 uit huis zijn geplaatst en sinds 2020 bij pleegouders verblijven. De rechtbank had het gezag van beide ouders beëindigd en een gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder ging in hoger beroep en verzocht de beschikking te vernietigen.
Het hof overweegt dat het gezag kan worden beëindigd indien de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en de ouder niet binnen een aanvaardbare termijn aan zijn opvoedverantwoordelijkheid kan voldoen. Uit onderzoek blijkt dat de moeder wel basale zorg kan bieden, maar onvoldoende pedagogische vaardigheden heeft om aan de opvoedbehoefte van de kinderen te voldoen. Daarnaast belemmert haar strijdende houding ten opzichte van pleegouders en hulpverleners de ontwikkeling van de kinderen.
De kinderen zijn inmiddels ruim vier jaar uit huis en maken een goede ontwikkeling door in het pleeggezin. Het voortzetten van het gezag zou de stabiliteit en hechting van de kinderen schaden. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en beëindigt het gezag van de ouders over de kinderen.