De zaak betreft een geschil over de omvang van de arbeidsovereenkomst en de daaruit voortvloeiende loonbetaling. De werknemer, werkzaam bij de Stichting Huize Het Oosten, vordert loon over een arbeidsomvang van 30,13 uur per week gebaseerd op haar werkzaamheden in de laatste drie maanden van 2019. De kantonrechter wees deze vordering af, stellende dat de gehele periode van het dienstverband representatief was, wat leidde tot een lagere arbeidsomvang van 13,71 uur per week.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de referteperiode van oktober tot en met december 2019 wel representatief is. Deze periode was overeengekomen als proefperiode voor werkzaamheden op de financiële administratie, die na afloop ongewijzigd werden voortgezet zonder tegenbericht van de Stichting. De Stichting slaagde er niet in het bewijsvermoeden van artikel 7:610b BW te ontzenuwen.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de Stichting tot betaling van het loon over de hogere arbeidsomvang, inclusief vakantiebijslag, eindejaarsuitkering, opgebouwde vakantie-uren en een gematigde wettelijke verhoging. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.