Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De redenen voor de beslissing op het verzoek om verwijzing
3.De beslissing
3.1 wijst het verzoek om verwijzing af;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civielrechtelijke arbeidsrechtelijke procedure heeft [geïntimeerde] verzocht om verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof. Dit verzoek was ingegeven door de wens om een legal opinion in te brengen van een raadsheer-plaatsvervanger die als expert op het gebied van kerkelijk en arbeidsrecht wordt beschouwd. Het verzoek werd ingediend na een beschikking van het hof van 30 oktober 2023.
Het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten, als wederpartij, heeft het verzoek bestreden en gesteld dat het te vroeg is om een verwijzing te vragen en dat het hof later kan beslissen over verwijzing zodra duidelijk is om welke deskundige het gaat. Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie een zaak alleen kan worden verwezen als er sprake is van betrokkenheid van het hof die behandeling door een ander hof wenselijk maakt.
Het hof concludeerde dat geen sprake is van zodanige betrokkenheid en dat de wens van [geïntimeerde] om een legal opinion te verkrijgen geen grond is voor verwijzing. Er is geen aanwijzing dat een raadsheer-plaatsvervanger een opinie heeft gegeven of zal geven. Het verzoek tot verwijzing is daarom afgewezen. Verder is bepaald dat [geïntimeerde] uiterlijk 22 januari 2024 een verweerschrift moet indienen en dat het hof verdere beslissingen aanhoudt.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof af.