ECLI:NL:GHARL:2023:10514

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
200.331.755
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de Rechterlijke Organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verwijzing zaak naar ander gerechtshof voor inbreng legal opinion

In deze civielrechtelijke arbeidsrechtelijke procedure heeft [geïntimeerde] verzocht om verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof. Dit verzoek was ingegeven door de wens om een legal opinion in te brengen van een raadsheer-plaatsvervanger die als expert op het gebied van kerkelijk en arbeidsrecht wordt beschouwd. Het verzoek werd ingediend na een beschikking van het hof van 30 oktober 2023.

Het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten, als wederpartij, heeft het verzoek bestreden en gesteld dat het te vroeg is om een verwijzing te vragen en dat het hof later kan beslissen over verwijzing zodra duidelijk is om welke deskundige het gaat. Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie een zaak alleen kan worden verwezen als er sprake is van betrokkenheid van het hof die behandeling door een ander hof wenselijk maakt.

Het hof concludeerde dat geen sprake is van zodanige betrokkenheid en dat de wens van [geïntimeerde] om een legal opinion te verkrijgen geen grond is voor verwijzing. Er is geen aanwijzing dat een raadsheer-plaatsvervanger een opinie heeft gegeven of zal geven. Het verzoek tot verwijzing is daarom afgewezen. Verder is bepaald dat [geïntimeerde] uiterlijk 22 januari 2024 een verweerschrift moet indienen en dat het hof verdere beslissingen aanhoudt.

Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.331.755
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 10400841
beschikking van 12 december 2023
in de zaak van
het kerkgenootschap
Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten
die is gevestigd in Huis ter Heide (gemeente Zeist)
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als verzoekster en als verweerster in het tegenverzoek
hierna: het Kerkgenootschap
advocaat: mr. B.J.L. Baas
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats1]
en bij de kantonrechter optrad als verweerster en als verzoekster in het tegenverzoek
hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. H.G. van Andel.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1
Na de beschikking van het gerechtshof (hierna: het hof) van 30 oktober 2023 is het volgende gebeurd.
1.2
Bij brief van 15 november 2023 heeft [geïntimeerde] het hof verzocht om de zaak ter verdere behandeling naar een ander hof te verwijzen en heeft zij verzocht om uitstel voor het voeren van verweer. Bij brief van 20 november 2023 heeft het Kerkgenootschap meegedeeld dat de verzoeken volgens hem moeten worden afgewezen.
1.3
Bij brieven van 27 november 2023 heeft het hof partijen laten weten dat het hof het verzoek om uitstel voor het voeren van verweer heeft toegekend.

2.De redenen voor de beslissing op het verzoek om verwijzing

2.1
Het hof zal het verzoek om verwijzing van de zaak afwijzen. Het hof legt hierna uit waarom.
2.2
Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) kan het hof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander hof, als naar zijn oordeel door betrokkenheid van het hof behandeling van die zaak door een ander hof gewenst is.
2.3
[geïntimeerde] wenst verwijzing van de zaak naar een ander hof, omdat zij een “legal opinion” wil vragen en in de procedure brengen van een, niet met naam genoemde, raadsheer-plaatsvervanger van het hof, die volgens haar de expert is op het gebied van het kerkelijk recht en het arbeidsrecht. Zij stelt er groot belang bij te hebben een “legal opinion” te kunnen inbrengen in reactie op het advies van de hoogleraar dat is ingebracht door het Kerkgenootschap. Als de zaak wordt verwezen naar een ander hof kan de gewenste expert-opinie in de procedure worden meegenomen, aldus [geïntimeerde] . Het alternatief, een legal opinion niet kunnen inbrengen (als doorverwijzing niet zou plaatsvinden), schaadt volgens [geïntimeerde] haar procesbelangen.
2.4
Het Kerkgenootschap heeft daartegenover onder meer meegedeeld dat het op dit moment te vroeg is om verwijzing te vragen en dat het hof later, als duidelijk is om welke deskundige het gaat, alsnog kan beslissen om al dan niet te verwijzen. Volgens het Kerkgenootschap is het beeld dat [geïntimeerde] schetst, alsof er slechts één deskundige zou zijn, onjuist en misleidend.
2.5
Het hof is van oordeel dat geen sprake is van betrokkenheid van het hof waardoor behandeling van de zaak door een ander hof gewenst is. Niet is gebleken dat een raadsheer-plaatsvervanger van het hof een opinie aan [geïntimeerde] heeft gegeven of zal geven. De wens van [geïntimeerde] om een dergelijke opinie te verkrijgen, is geen grond voor betrokkenheid van het hof in de zin van artikel 62b RO. Het hof zal de zaak dan ook niet verwijzen naar een ander hof.
2.6
Dit brengt mee dat [geïntimeerde] nu aan de beurt is om een verweerschrift in te dienen (op of vóór 22 januari 2024). Het hof zal verder iedere beslissing aanhouden.

3.De beslissing

Het hof:
3.1 wijst het verzoek om verwijzing af;
3.2
houdt verder iedere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door J.H. Lieber, H.L. Wattel en M.L. van der Bel en is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2023.