Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] (hierna: [geïntimeerde1] )
2. [geïntimeerde2] (hierna: [geïntimeerde2] )
[geïntimeerde3] (hierna: [geïntimeerde3] )
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van een Pools-Nederlands echtpaar dat in Polen woonde en waarvan de woning in Polen onderwerp van geschil was. De rechtbank had eerder geoordeeld dat Nederlands recht van toepassing was en dat de woning onderdeel was van de wettelijke gemeenschap van goederen.
Het hof oordeelde echter dat partijen hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk in Polen hadden, waar zij duurzaam verbleven en hun sociale leven zich afspeelde. Op grond van artikel 4 van Pro het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is dan het recht van die staat van toepassing, in dit geval het Poolse recht.
Volgens het Poolse recht behoort de woning die appellante voor het huwelijk verkreeg tot haar persoonlijke vermogen en niet tot de gemeenschap. De vorderingen van de erfgenamen van de erflater, die uitgingen van een Nederlandse wettelijke gemeenschap van goederen, werden daarom afgewezen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt, mede vanwege de familiale aard van het geschil.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst alle vorderingen van de erfgenamen af omdat het Poolse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.