Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:10840

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
Wahv 200.325.387/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie snelheidsovertreding tijdens trouwstoet zonder staandehouding bestuurder

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het rijden met 21 km/u te hard buiten de bebouwde kom op 29 januari 2022. De officier van justitie wijzigde de feitcode en stelde het bedrag van de sanctie vast op € 200,-. De betrokkene voerde aan dat de snelheidsmeting onjuist was en dat er wel degelijk een reële mogelijkheid tot staandehouding was, omdat hij was aangesproken.

Het hof oordeelt dat de ambtenaren er redelijkerwijs voor konden kiezen de trouwstoet te volgen om meerdere overtredingen vast te leggen, waardoor er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. De sanctie mocht daarom aan de kentekenhouder worden opgelegd. Tevens werd geoordeeld dat artikel 5 van Pro de Wahv niet strekt tot het vergaren van bewijsmiddelen door de bestuurder.

Verder werd het beroep gegrond verklaard voor het toekennen van een proceskostenvergoeding voor het telefonisch horen in administratief beroep. Het hof beperkte de proceskostenvergoeding tot het hoger beroep, omdat de grond al bij de kantonrechter aangevoerd had kunnen worden. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 567,75.

Uitkomst: Sanctie aan kentekenhouder gehandhaafd wegens ontbreken reële mogelijkheid tot staandehouding; proceskostenvergoeding toegekend voor telefonisch horen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.325.387/01
CJIB-nummer
: 247220229
Uitspraak d.d.
: 21 december 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 15 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. Er is daarnaast gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 december 2023. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen mr. I. Menalo. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 211,- voor (feitcode VB021): “21 km per uur harder rijden dan mag
binnende bebouwde kom (verkeersbord A1).” Deze gedraging zou zijn verricht op 29 januari 2022 om 15:35 uur op de Biltse Rading in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De officier van justitie heeft de feitcode gewijzigd in VG021, de omschrijving van de gedraging in: “21 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg
buitende bebouwde kom (verkeersbord A1)” en het bedrag van de sanctie vastgesteld op € 200,-. Ook heeft de officier van justitie een proceskostenvergoeding toegekend van € 270,- (1 punt x € 541 x wegingsfactor 0,5). De officier van justitie heeft daarbij overwogen geen aanleiding te zien voor het toekennen van een (halve) punt voor het telefonisch horen.
3. De gemachtigde van de betrokkene herhaalt eerder aangevoerde gronden te weten dat de snelheidsmeting niet binnen maar buiten de bebouwde kom heeft plaatsgevonden, dat de betrokkene zich afvraagt of de meting correct is uitgevoerd met de juiste geijkte apparatuur en dat de verklaring van de ambtenaar dat hij de trouwstoet uit het oog zou verliezen onvoldoende is om aan te nemen dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Die mogelijkheid was er wel. De ambtenaar heeft ook zelf verklaard dat hij de betrokkene heeft aangesproken. De betrokkene is nu plotseling geconfronteerd met een boete waar hij niets vanaf wist en hij is in zijn verdedigingsbelang geschaad nu hij geen verklaring heeft kunnen afleggen of bewijs heeft kunnen verzamelen ten tijde van de vermeende gedraging. Daarbij wordt verwezen naar diverse arresten van het hof, waaronder het arrest van het hof van 24 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:632.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter (lasergun).
Gemeten (afgelezen) snelheid: 105
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 101
Toegestane snelheid: 80
Overschrijding met: 21
Meetafstand: 94,00 m (…)
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het college van procureurs-generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid.
(…)
Reden geen staandehouding: in verband met trouwstoet controle geen staandehouding.
De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom.”
5. In zijn aanvullend proces-verbaal van 10 maart 2022 verklaart de ambtenaar:
“Wij waren bezig met het orde handhaven van een trouwstoet die zorgde voor veel overlast. Wij zagen dat de stoet bestond uit meerdere personenauto’s en dat er meerdere strafbare feiten gepleegd werden die wij op video wilden vastleggen. Wij zagen dat de betrokken personenauto op de betrokken weg reed. Wij hoorden dat de betrokken auto een hard geluid gaf en met hoge snelheid voorbij overig verkeer reed. Wij zagen dat de snelheid ten opzichte van de rest hoog was en niets te maken had met het enkel inhalen van een enkel voertuig. Wij hebben de betrokken bestuurder wel aangesproken, maar konden hem niet staande houden omdat wij dan de trouwstoet kwijt zouden raken, waar wij uiteindelijk voor waren.
Ik zag dat wij abusievelijk binnen de bebouwde kom hebben geregistreerd, dit moet
buiten de bebouwde komzijn. Wij hebben geremd totdat wij stil stonden en met de lasergun de snelheid bepaald. Dit was voor ons en hebben zicht gehouden op de betrokken personenauto.”
6. De gedraging met de feitcode VG021 kan worden vastgesteld op basis van de onder 3 opgenomen verklaring van de ambtenaar over de snelheidsmeting en de onder 4 opgenomen verklaring van de ambtenaar dat de snelheidsmeting vanuit stilstand en buiten de bebouwde kom is verricht.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. De enkele omstandigheid dat de bestuurder wel is aangesproken en dat hem een sanctie is aangezegd, impliceert niet dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding en vaststelling van de identiteit van de bestuurder was. Het hof is van oordeel dat de ambtenaren er redelijkerwijs voor hebben kunnen kiezen om de trouwstoet te volgen en de vele overtredingen die daarin plaatsvonden vast te leggen. Dat brengt mee dat er geen reële mogelijkheid is geweest tot staandehouding van de bestuurder van de auto met het kenteken [kenteken] . Er kon dan ook worden volstaan met het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder. Anders dan de gemachtigde veronderstelt, strekt artikel 5 van Pro de Wahv er niet toe dat een bestuurder bewijsmiddelen kan vergaren om zich tegen de sanctie te verdedigen (vgl. ov. 5.3 en 5.4. van het arrest van de Hoge Raad van 5 juli 1993, NJ 1994, 177).
9. De gemachtigde van de betrokkene voert verder aan dat de officier van justitie bij de toekenning van de proceskostenvergoeding abusievelijk geen (halve) punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting. De advocaat-generaal deelt die visie en heeft ter zitting van het hof verzocht voor het hoger beroep de wegingsfactor 0,25 toe te passen nu de betrokkene in hoger beroep slechts op dit punt in het gelijk wordt gesteld.
10. Het hof zal alsnog, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Voor het administratief beroep zal alsnog een bedrag van € 149,25 (0,5 x € 597,- x 0,5) worden toegekend.
11. Het hof ziet verder aanleiding om de proceskosten te beperken tot de kosten voor het hoger beroep. De gemachtigde van de betrokkene had deze grond al aan kunnen voeren in de procedure bij de kantonrechter, maar heeft dat niet gedaan. Aan het indienen van het beroepschrift bij het hof en het bijwonen van de zitting bij het hof dienen twee punten te worden toegekend. Nu de betrokkene in hoger beroep slechts in het gelijk wordt gesteld op het punt van de proceskostenvergoeding, wordt voor het hoger beroep de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Voor het hoger beroep zal een bedrag van € 418,50 (2 x € 837,- x 0,25) worden toegekend.
12. Het hof zal de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 567,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend voor het telefonisch horen in administratief beroep;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond voor zover daarbij geen proceskostenvergoeding is toegekend voor het telefonisch horen in administratief beroep;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 567,75;
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.