In deze civiele procedure heeft de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige dochter een verzoek ingediend voor een voorlopig getuigenverhoor om de toedracht van een fietsongeval te verduidelijken. Het ongeval vond plaats in oktober 2019 waarbij de minderjarige betrokken was en materiële en immateriële schade heeft geleden. De tegenpartij betreft een persoon onder curatele, die niet WA-verzekerd was.
De vader heeft eerder een procedure bij de rechtbank gestart waarin zijn vorderingen werden afgewezen en hij in de proceskosten werd veroordeeld. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. In deze procedure verzoekt hij het hof om een voorlopig getuigenverhoor toe te staan. Het hof stelt vast dat het verzoek aan de wettelijke eisen voldoet en dat er geen bezwaren van de curatoren zijn.
Echter ontbreekt nog de vereiste machtiging van de kantonrechter voor het indienen van het verzoek namens de minderjarige. Het hof geeft de vader daarom de gelegenheid om binnen twee maanden deze machtiging te overleggen. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden.