Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2011 in Irak gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit, de man de Iraakse en heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit aangevraagd. De vrouw diende op 1 februari 2022 een verzoek tot echtscheiding in.
De man kwam in hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank, met twee grieven, en verzocht om vernietiging van de beschikking en afwijzing van het verzoek tot echtscheiding. De vrouw verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen.
Tijdens de mondelinge behandeling erkende de man dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, dat partijen niet meer samenwonen en dat verzoening niet meer mogelijk is. Ondanks emotionele bezwaren trok hij zijn beroep niet in.
Het hof oordeelde dat de man geen belang meer heeft bij zijn beroep nu het duurzame ontwricht zijn erkenning vindt. Daarom wees het hof het beroep af en bekrachtigde de bestreden beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juni 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking en wijst het hoger beroep af wegens duurzaam ontwricht huwelijk.