In deze civiele zaak staat het gebruik van opstallen door Dierenasiel Crailo op percelen van appellant centraal. Appellant vordert ontruiming en teruggave van de percelen, stellende dat het gebruik zonder recht of titel is en dat de bruikleenovereenkomst is geëindigd of tussentijds kan worden beëindigd.
De rechtbank wees de primaire vorderingen van appellant af en oordeelde dat sprake is van een bruikleenovereenkomst voor bepaalde tijd, namelijk tot de realisatie van nieuwbouw door Dierenasiel Crailo. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de bruikleen niet is omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, ondanks de verstreken tijd en onzekerheid over nieuwbouw.
Appellant stelde dat hij dringend eigen gebruik heeft vanwege financiële problemen en een last onder dwangsom, maar het hof vindt dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat voortijdige teruggave hem helpt deze problemen op te lossen. Het belang van Dierenasiel Crailo bij voortzetting van het gebruik weegt zwaarder, mede vanwege concrete nieuwbouwplannen met een oplevering uiterlijk in februari 2025.
Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd wegens onvoldoende feiten die tot een andere conclusie leiden. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.