Belanghebbende verzocht de Inspecteur om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2010. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat het na de wettelijke termijn van vijf jaar was ingediend. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de procedure bleek dat belanghebbende de aanslag niet had voldaan en dat hij niet tijdig aangifte had gedaan. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve vastgesteld en belanghebbende meerdere keren geïnformeerd over de belastingschuld, maar belanghebbende had deze correspondentie ongeopend aan zijn gemachtigde doorgegeven. Het verzoek om ambtshalve vermindering werd uiteindelijk pas in 2020 ingediend, ruim na het verstrijken van de vijfjaarstermijn.
Het hof oordeelde dat het verzoek terecht was afgewezen omdat het te laat was ingediend en dat belanghebbende in verzuim was geweest. De omstandigheden, waaronder het niet openen van brieven en het nalaten van tijdige actie door de gemachtigde, rechtvaardigden geen uitzondering op de termijn. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.