Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:194

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
200.312.080
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253t BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige kinderen in naam stiefvader

De moeder en stiefvader hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot wijziging van de geslachtsnaam van hun minderjarige kinderen in de naam van de stiefvader. Dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen, waarna moeder en stiefvader in hoger beroep gingen. Het geschil betreft met name het belang van de kinderen bij een dergelijke naamswijziging.

De vader, die juridisch vader is van een van de kinderen, voert verweer en betwist het verzoek. De bijzondere curator en de raad voor de kinderbescherming zijn betrokken en geven aan dat de kinderen zich niet wensen te identificeren met de naam van de stiefvader en dat het belang van de kinderen zich tegen de naamswijziging verzet.

Het hof overweegt dat de geslachtsnaam een belangrijk onderdeel is van de identiteit en afstamming van een kind en dat terughoudendheid geboden is bij wijziging. Voor het jongere kind weegt het belang om de naam van de biologische vader te blijven dragen zwaarder dan het belang van eenheid binnen het gezin. Voor het oudere kind wordt erkend dat er geen bloedband is met de vader en dat de wens begrijpelijk is, maar het hof acht het beter dat het kind zelf op latere leeftijd een weloverwogen keuze maakt.

Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot naamswijziging af. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige kinderen af en bekrachtigt de bestreden beschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.312.080
(zaaknummer rechtbank Gelderland 394013)
beschikking van 10 januari 2023
inzake
[verzoekster], en
[verzoeker],
beiden wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekers in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder en de stiefvader,
advocaat: mr. R.M. Bissumbhar te Barneveld,
en
[verweerder],
wonende te op een bij het hof bekend adres,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. C.H.J. Willemsen te Arnhem.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 17 december 2021 en 18 maart 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 18 maart 2002 zal verder ook worden genoemd: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 16 juni 2022;
- het verweerschrift;
- een email van de bijzondere curator Y. de Best aan het hof van 25 oktober 2022;
- een journaalbericht van mr. Willemsen van 3 november 2022 met een brief van diezelfde datum;
- een journaalbericht van mr. Bissumbhar van 7 november 2022 met een brief van diezelfde datum;
- een brief van mr. Bissumbhar van 23 november 2022 met producties;
- het rapport van de bijzondere curator van 23 november 2022;
- een journaalbericht van mr. Bissumbhar van 5 december 2022 met productie.
2.2
De hierna te noemen [de minderjarige1] heeft op 5 december 2022, buiten aanwezigheid van de andere belanghebbenden, met een raadsheer van het hof gesproken.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 6 december 2022 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig:
  • de moeder en de stiefvader, bijgestaan door hun advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de bijzondere curator;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

3.De feiten

3.1
De moeder is de moeder van [de minderjarige1] (hierna: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2007 te [plaats1] .
3.2
De vader is niet de biologische vader van [de minderjarige1] . Hij heeft [de minderjarige1] op 25 november 2010 erkend en is wel haar juridische vader. De vader en de moeder zijn [in] 2011 te [plaats1] gehuwd.
3.3
De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige2] (hierna: [de minderjarige2] ), geboren [in] 2012 te [plaats1] .
3.4
Op 7 januari 2015 is de echtscheiding van de vader en de moeder ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.5
De kinderen wonen bij de moeder en de stiefvader. Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juli 2016 is het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder beëindigd en bepaald dat dit alleen toekomt aan de moeder.
Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 22 februari 2017, bekrachtigd door dit hof bij beschikking van 12 december 2017, is het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] afgewezen. Er is geen contact tussen de vader en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
3.6
De moeder en de stiefvader zijn [in] 2017 gehuwd. Zij zijn de ouders van [de minderjarige3] , het jongere halfzusje van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
3.7
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank de moeder en de stiefvader gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking is verder het verzoek van de moeder en de stiefvader tot wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] van [verweerder] in [verzoeker] afgewezen.
4.2
De moeder en de stiefvader zijn het niet eens met de afwijzing van hun verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam en komen van deze beslissing in hoger beroep. Zij verzoeken het hof – uitvoerbaar bij voorraad - de bestreden beschikking te vernietigen, naar het hof begrijpt uitsluitend ten aanzien van de beslissing over de wijziging van de geslachtsnaam, en opnieuw beschikkende: de geslachtsnaam van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te wijzigen in [verzoeker] , kosten rechtens.
4.3
De vader voert verweer en verzoekt het hof de moeder en de stiefvader niet-ontvankelijk te verklaren in hun hoger beroep, dan wel het hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

juridisch kader
5.1
De rechtbank heeft de moeder en de stiefvader op grond van artikel 1:253t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
Artikel 1:253t lid 5 BW bepaalt dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid vergezeld kan gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Een zodanig verzoek wordt afgewezen indien:
het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;
het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of
het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.
de bijzondere curator
5.2
De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat de kinderen een negatief beeld hebben van de vader. [de minderjarige1] heeft nooit een sterke band met de vader gevoeld, maar zij heeft ook geen bloedband met de stiefvader. De bijzondere curator vraagt zich af of het, met het oog op hun ontwikkeling en eigen identiteit, in het belang van de beide kinderen is om hun naam te wijzigen in de naam [verzoeker] . Beide kinderen voelen zich geliefd door de stiefvader, toch is het niet duidelijk of de wens van de kinderen intrinsiek is. Indien voor het halfzusje [de minderjarige3] en ook voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] de achternaam van de moeder was gekozen, hadden alle kinderen de naam van de moeder kunnen dragen.
de raad
5.3
De vertegenwoordiger van de raad heeft opgemerkt dat in het algemeen terughoudend moet worden omgegaan met een geslachtsnaamwijziging. De kinderen hebben slechte herinneringen aan de periode dat ze een gezin met de vader vormden en hebben, vanwege de strijd tussen de ouders, al vele jaren geen contact meer met hun vader. De wens van [de minderjarige1] , die inmiddels al 15 jaar is, is begrijpelijk, maar de raad vindt een wijziging van de geslachtsnaam in [verzoeker] , met name voor [de minderjarige1] , niet passend. De kinderen hebben een warme band met [verzoeker] , maar er is geen sprake van een bloedband. De moeder is de constante factor in het leven van de kinderen. De raad zou zich daarom wel kunnen vinden in een wijziging in de geslachtsnaam van de moeder, maar dit is niet verzocht. De raad vindt het niet bezwaarlijk dat kinderen binnen een gezin verschillende geslachtsnamen dragen; samengestelde gezinnen zijn niet uitzonderlijk.
het hof
5.4
Het hof is van oordeel dat het belang van [de minderjarige2] en [de minderjarige1] zich tegen toewijzing van een wijziging van hun geslachtsnaam in [verzoeker] verzet. De geslachtsnaam van een persoon is onderdeel van zijn of haar identiteits- en afstammingskenmerken. Net als de raad is het hof van oordeel dat als uitgangspunt geldt dat terughoudend moet worden omgegaan met een wijziging van de geslachtsnaam van een kind. Het hof zal hierna voor ieder kind uitleggen waarom het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam moet worden afgewezen.
[de minderjarige2]
5.5
Het belang van [de minderjarige2] om zich te kunnen blijven identificeren met de vader, die ook zijn biologische vader is, weegt zwaarder dan het door de moeder en de stiefvader aangevoerde belang van gezinseenheid. De enige verbinding die [de minderjarige2] op dit moment nog heeft met de vader, zal wegvallen door wijziging van zijn geslachtsnaam. De moeder en de stiefvader hebben aangevoerd dat [de minderjarige2] ook zelf de wens heeft om de geslachtsnaam [verzoeker] te dragen. Het hof kent daaraan, gelet op de nog zeer jonge leeftijd van [de minderjarige2] , geen doorslaggevende betekenis toe. Het hof vindt [de minderjarige2] te jong om goed te kunnen overzien welke gevolgen de naamswijziging voor hem zal hebben.
[de minderjarige1]
5.6
Het hof neemt mee dat de moeder en de vader, bij de erkenning van [de minderjarige1] door de vader, bewust gekozen hebben voor de geslachtsnaam [verweerder] . Gelet op de negatieve associatie die [de minderjarige1] nu met de geslachtsnaam [verweerder] heeft en het ontbreken van een bloedband met de vader, begrijpt het hof haar wens voor een andere geslachtsnaam. Het hof acht het echter niet in het belang van [de minderjarige1] om haar geslachtsnaam te wijzigen in [verzoeker] . Het hof vindt het niet wenselijk dat de geslachtsnaam van [de minderjarige1] steeds de partnerkeuze van moeder volgt. Gelet op de complexe afstammingssituatie van [de minderjarige1] , is het hof van oordeel dat [de minderjarige1] de keuze voor haar geslachtsnaam zelf moet maken op het moment dat zij de gevolgen hiervan goed kan overzien. Het hof acht het in het belang van [de minderjarige1] dat zij hierover op latere leeftijd een meer weloverwogen beslissing kan nemen.
5.7
Het hof gaat voorbij aan het standpunt van de moeder en de stiefvader dat het voeren van verschillende geslachtsnamen binnen één gezin tot verwarring leidt en [de minderjarige2] en [de minderjarige1] juist meer dan gemiddeld behoefte hebben aan het vormen van een gezinseenheid. Voor het hof weegt het belang van de kinderen, dat zich zoals is overwogen verzet tegen wijziging van hun geslachtsnaam in [verzoeker] , zwaarder dan de eenheid van naam binnen een gezin. Zoals de raad ook heeft benadrukt is het bestaan van verschillende geslachtsnamen binnen een gezin niet ongewoon in Nederland.

6.De slotsom

6.1
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, falen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover daarin het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam is afgewezen, bekrachtigen en beslissen als volgt.
6.2
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, nu partijen gewezen echtgenoten zijn en de procedure hun kinderen betreft.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 18 maart 2022, voor zover daarin het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam is afgewezen;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
wijst het meer of anders verzochte af
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, K.A.M. van Os-ten Have en E.B. Knottnerus, bijgestaan door de griffier en is op 10 januari 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.