ECLI:NL:GHARL:2023:2229

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
200.308.743
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming huurwoning wegens tekortkomingen huurder

In deze civiele procedure staat de ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van een sociale huurwoning centraal. De verhuurder vorderde ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand, onderverhuur en het ontbreken van hoofdverblijf van de huurder. De kantonrechter had de vorderingen toegewezen en ontbinding uitgesproken.

De huurder ging in hoger beroep en voerde één grief aan tegen de ontbinding. In hoger beroep bracht de verhuurder nieuwe ontbindingsgronden naar voren, waarop de huurder nog niet had kunnen reageren. Ook betwistte de verhuurder dat zij niet had voldaan aan het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening en overlegd bewijsstukken.

Het hof besloot de huurder in de gelegenheid te stellen om schriftelijk te reageren op de nieuwe gronden en producties, waarna de verhuurder daarop kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden. Deze tussenuitspraak is op 14 maart 2023 gewezen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof wijst de huurder gelegenheid tot schriftelijke reactie op nieuwe ontbindingsgronden en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.308.743
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 9504928
arrest van 14 maart 2023
in de zaak van
[de huurder]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde
hierna: [de huurder]
advocaat: mr. E.J. Bakker
tegen:
[de verhuurder]
die is gevestigd in Utrecht
en bij de kantonrechter optrad als eiseres
hierna: [de verhuurder]
advocaat: mr. M.P.H. van Wezel.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Naar aanleiding van het arrest van 10 mei 2022 heeft op 23 juni 2022 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Het verdere procesverloop blijkt uit de memorie van grieven en de memorie van antwoord. Daarna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[de huurder] huurde van [de verhuurder] een huurwoning in [woonplaats1] . De vraag die in deze procedure centraal staat is of [de huurder] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en of ten gevolge van die tekortkoming de huurovereenkomst kan worden ontbonden en het gehuurde dient te worden ontruimd.
2.2.
[de verhuurder] heeft de kantonrechter gevraagd om de huurovereenkomst te ontbinden en [de huurder] te veroordelen tot ontruiming van de woning over te gaan. Daarnaast heeft [de verhuurder] betaling gevorderd van achterstallige huurpenningen (verhoogd met rente en kosten).
2.3.
De kantonrechter heeft de vorderingen van [de verhuurder] toegewezen. De huurovereenkomst is door de kantonrechter ontbonden met ingang van 1 januari 2022. De huurwoning is op 26 januari 2022 ontruimd.
2.4.
[de huurder] is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter en heeft hoger beroep ingesteld. [de huurder] heeft één bezwaar (grief) aangevoerd op basis waarvan volgens hem de vorderingen van [de verhuurder] alsnog moeten worden afgewezen.

3.Het oordeel van het hof

3.1.
In eerste aanleg heeft [de verhuurder] aan haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde ten grondslag gelegd dat [de huurder] een huurachterstand had van meer dan drie maanden. [de verhuurder] heeft in hoger beroep, in haar memorie van antwoord, ook nog andere tekortkomingen aan haar vordering ten grondslag gelegd; namelijk dat [de huurder] de huurwoning in strijd met de huurovereenkomst heeft onderverhuurd aan derden en dat [de huurder] geen hoofdverblijf had in de huurwoning.
3.2.
Het hof stelt vast dat [de huurder] nog niet in de gelegenheid is geweest om te reageren op de ontbindingsgronden die [de verhuurder] voor het eerst bij memorie van antwoord heeft aangevoerd. Daarom zal het hof [de huurder] in de gelegenheid stellen om daar bij akte nog op te reageren. Desgewenst mag [de verhuurder] bij antwoordakte op de inhoud van die akte reageren.
3.3.
[de huurder] heeft in zijn memorie van grieven onder meer het standpunt ingenomen dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is, omdat [de verhuurder] niet heeft voldaan aan het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening en het stappenplan ‘sociaal incasseren’ niet is gevolgd. [de verhuurder] heeft bij memorie van antwoord betwist dat zij niet aan het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening heeft voldaan. Zij heeft haar betwisting onderbouwd aan de hand van de producties 9 en 10. Het hof zal [de huurder] in de gelegenheid stellen om bij dezelfde akte op de inhoud van deze producties te reageren. Daarna zal [de verhuurder] in de gelegenheid worden gesteld daarop te reageren.

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
verwijst de zaak naar de roldatum
4 april 2023voor akte uitlaten aan de zijde van [de huurder] , zoals bedoeld onder rov. 3.2 en 3.3;
4.2.
bepaalt dat [de verhuurder] na het nemen van de akte door [de huurder] op een termijn van
drie wekenin de gelegenheid wordt gesteld om bij antwoordakte te reageren op de akte van [de huurder] ;
4.3.
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. van Rossum, L.R. van Harinxma thoe Slooten en L.A. de Vrey, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2023.