ECLI:NL:GHARL:2023:2269
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij samenhangende bestuurszaken afgewezen
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie ongegrond verklaarde. Het hof oordeelde dat de kantonrechter de gemachtigde niet behoorlijk had opgeroepen, waardoor het appelverbod buiten toepassing werd gelaten en het hoger beroep ontvankelijk was.
De betrokkene had een sanctie van €95,- gekregen voor fout parkeren langs een gele onderbroken streep. De gemachtigde voerde aan dat sprake was van een voortgezette handeling en dat de zaken ten onrechte als samenhangend waren aangemerkt, wat invloed had op de hoogte van de proceskostenvergoeding.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van samenhangende zaken. De beslissing van de officier van justitie werd daarom vernietigd en het beroep van de betrokkene gegrond verklaard. Het hof kende een proceskostenvergoeding toe van €699,88, waarbij rekening werd gehouden met reeds toegekende bedragen.
De beslissing van de kantonrechter werd eveneens vernietigd en het hof deed wat de kantonrechter had moeten doen, namelijk het beroep tegen de proceskostenvergoeding beoordelen. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot het betalen van de proceskostenvergoeding aan de betrokkene.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere beslissingen en kent een proceskostenvergoeding van €699,88 toe aan de betrokkene.