Het huwelijk van partijen werd in 2016 ontbonden en de man was verplicht partneralimentatie aan de vrouw te betalen. De kinderen verblijven sinds 2019 bij de man en er is geen contact tussen de vrouw en de kinderen. De rechtbank had de partneralimentatie beëindigd wegens grievend gedrag van de vrouw jegens de man. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof bevestigde de beslissing.
Het hof overwoog dat de onderhoudsverplichting na het huwelijk niet automatisch eindigt door het verbreken van de lotsverbondenheid, maar dat grievend gedrag van de alimentatiegerechtigde aanleiding kan zijn om de verplichting te beëindigen. Uit de stukken bleek dat de vrouw sinds 2015 diverse hulpverlenings- en omgangstrajecten frustreerde, de kinderen tegen de man opzette, onterechte beschuldigingen uitte en onnodige juridische procedures startte, waardoor zij de man financieel en emotioneel belastte.
Het hof vond dit gedrag dermate grievend dat het onaanvaardbaar was dat de vrouw nog alimentatie ontvangt. De alimentatieplicht eindigde daarom per 15 februari 2021. Omdat de vrouw na die datum toch betalingen ontving, werd zij veroordeeld tot terugbetaling van €13.753,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 oktober 2021. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten wegens het belemmeren van een efficiënte rechtsgang.
De overige stellingen over behoeftigheid van de vrouw werden niet meer behandeld omdat de alimentatieplicht was komen te vervallen. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking van de rechtbank Midden-Nederland en wees het meer of anders verzochte af.