Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Zij heeft daarbij een aantal stukken betreffende haar financiële situatie in het geding gebracht, waaronder een aanslag erfbelasting.
Bij eindbeschikking van 9 september 2015 heeft de rechtbank ten aanzien van het hiervoor in 3.2.3 vermelde uiterst subsidiaire verzoek bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 31 oktober 2014 tot 1 juli 2015 een alimentatie van € 1.243,-- per maand dient te betalen en met ingang van 1 juli 2015 een bedrag van € 307,-- per maand.
Is de lotsverbondenheid verbroken ?
Als partijen al enige tijd van elkaar zijn gescheiden mag van de onderhoudsgerechtigde verlangd worden dat hij of zij ook rekening houdt met de belangen van de alimentatieplichtige. Alimentatie heeft een vangnetfunctie en wel in die zin dat als de onderhoudsgerechtigde niet in zijn of haar eigen levensonderhoud kan voorzien hij/zij een aanspraak jegens de alimentatieplichtige kan maken. Van de alimentatiegerechtigde mag dan ook verwacht worden dat hij/zij zich aantoonbaar inspant om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. Voorts mag de alimentatieplichtige van de alimentatie-gerechtigde in redelijkheid verlangen dat als er een belangrijke wijziging voordoet in de financiën van de alimentatiegerechtigde hij/zij de alimentatie-plichtige daarover actief informeert. Het verkrijgen een aanzienlijke nalatenschap door de alimentatie gerechtigde is veelal aan te merken als een relevant feit in het kader van onderhoudsverplichtingen.
Het hof stelt vast dat de vrouw een bijzondere relatie heeft gehad met [betrokkene 1]. Die relatie heeft ertoe geleid dat zij tot enig erfgenaam is benoemd en dat [betrokkene 1] zijn zoon heeft onterfd. Het feit dat de vrouw geen relatie met [betrokkene 1] heeft gehad in de zin van artikel 1:160 BW Pro doet daaraan niet af.
Het middel klaagt dat dit oordeel rechtens onjuist is dan wel onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd.
.
4.Beslissing
4 mei 2018.