Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Eres,
1.[geïntimeerde1] ,
[de huurders],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Eres verhuurt een appartement aan de huurder sinds december 2017. Eres vordert ontbinding van de huurovereenkomst omdat de huurder niet meer in de woning zou verblijven, en betaling van huurachterstand. De huurder vordert ruim € 20.000 schadevergoeding wegens ernstige gebreken en aantasting van het woongenot. De kantonrechter wijst alleen de huurachterstand toe en kent de schadevergoeding toe aan de huurder.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de huurder nog wel in de woning woont, ondanks uitschrijving in de BRP, en dat Eres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het tegendeel. De geringe huurachterstand rechtvaardigt geen ontbinding van de huurovereenkomst. De schadevordering wordt afgewezen omdat de gebreken onvoldoende zijn aangetoond en de huurder niet tijdig heeft geklaagd. Ook is de woning bekend met energielabel F, wat geen gebrek vormt.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de schadevergoeding toekent en wijst deze af. De vordering tot ontbinding wordt eveneens afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen kosten in het principaal hoger beroep, terwijl de huurder in het incidenteel hoger beroep wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Eres.
Uitkomst: Het hof wijst de ontbindingsvordering af, bevestigt een geringe huurachterstand en wijst de schadevergoeding van de huurder af.