Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de referteverklaring van de man
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2017 gescheiden. De vrouw stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de wijze van verdeling van de voormalige echtelijke woning.
Het hof oordeelt dat het Turkse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 2003 tot 2015 en het Nederlandse recht vanaf 2015. De woning was tijdens het huwelijk aan de vrouw toegewezen en valt onder het regime van verwervingsdeelneming volgens het Turks Burgerlijk Wetboek. De woning behoort volledig tot de verwervingen van de vrouw, verminderd met de hypothecaire schuld.
De nettowaarde van de woning bedraagt €93.161,24, waarvan de man recht heeft op de helft. De vordering van de vrouw dat zij 75% zou krijgen faalt. Ook haar grief dat zij geen dwangsommen heeft verbeurd wordt verworpen omdat onvoldoende informatie is verstrekt en verjaring niet betekent dat dwangsommen niet zijn verbeurd.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Elke partij draagt de eigen kosten vanwege de aard van de zaak.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af.