In deze civiele zaak stond centraal of sprake was van samenwoning tussen de vrouw en [naam1], wat gevolgen heeft voor de partneralimentatieplicht van de man. Het hof bevestigde het eerdere oordeel dat er een affectieve, duurzame relatie bestond, waarbij partijen feitelijk samenwoonden, elkaar wederzijds verzorgden en een gemeenschappelijke huishouding voerden. Dit oordeel werd onderbouwd met onder meer GPS-onderzoek, rechercheonderzoek en getuigenverklaringen.
De vrouw voerde tegenbewijs aan, waaronder verklaringen en het argument dat zij haar woning slechts op Airbnb had aangeboden om interesse te peilen, maar het hof vond deze niet aannemelijk. Het feit dat de vrouw het grootste deel van haar tijd bij [naam1] doorbracht, haar auto daar stond en het lage energieverbruik van haar eigen woning ondersteunden het oordeel van samenwoning.
Het hof oordeelde dat de partneralimentatieplicht van de man is geëindigd op 1 maart 2019, de datum waarop de vrouw haar woning op Airbnb aanbood. Daarnaast werd de vrouw veroordeeld tot vergoeding van de recherchekosten van ruim €21.000, omdat zij onrechtmatig had gehandeld door haar samenwoning met [naam1] te ontkennen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
De beschikking van de rechtbank Gelderland werd vernietigd en het primaire verzoek van de man toegewezen, met uitzondering van de proceskostenveroordeling.