ECLI:NL:GHARL:2023:3186

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
200.319.011
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging mentorschap wegens geestelijke beperkingen verzoeker

In deze zaak stond de vraag centraal of een mentorschap voor verzoeker, geboren in 1996, noodzakelijk is vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand. De kantonrechter had op 3 oktober 2022 een mentorschap ingesteld en een mentor benoemd. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof het mentorschap te vernietigen.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en de zitting van 14 maart 2023 gehouden, waarbij verzoeker, zijn advocaat en persoonlijk begeleider aanwezig waren, maar niet de ouders, zus of vertegenwoordigers van de William Schrikker Stichting. Verzoeker stelde dat hij voldoende hulp van zijn familie en begeleiders ontvangt en dat het mentorschap hem stress bezorgt.

Uit het dossier blijkt dat verzoeker een licht verstandelijke beperking, autisme en een laag emotioneel ontwikkelingsniveau heeft, waardoor hij in lastige situaties terecht kan komen en onvoldoende overzicht heeft. Een incident in januari 2023 leidde tot opname op de intensive care. De mentor en het hof zijn van oordeel dat de hulp van familie niet voldoende is en dat een mentor nodig is om persoonlijke beslissingen te nemen en toezicht te houden op de zorg.

De vertegenwoordiger van de mentor gaf aan het mentorschap te willen voortzetten en te streven naar een betere samenwerking met verzoeker. Het hof concludeert dat aan de wettelijke eisen voor mentorschap is voldaan en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het mentorschap en handhaaft de benoeming van de mentor vanwege de geestelijke beperkingen van verzoeker.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.319.011
(zaaknummer rechtbank Gelderland 10063647)
beschikking van 13 april 2023
in het hoger beroep van:
[verzoeker] ( [verzoeker] ),
woonplaats: [woonplaats1] ,
advocaat: mr. H. Hulshof in Emmeloord, gemeente Noordoostpolder.
Belanghebbenden zijn:
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (William Schrikker),
gevestigd in Amsterdam,
en
[de mentor] B.V. (de mentor),
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
en
[de moeder] (de moeder),
woonplaats: [woonplaats2] ,
en
[de vader] (de vader),
woonplaats: [woonplaats2] ,
en
[de zus] (de zus),
woonplaats: [woonplaats2] .

1.Onderwerp

Het gaat in deze zaak om de vraag of een mentorschap voor [verzoeker] van belang is.

2.Belangrijke informatie

2.1
[verzoeker] is geboren [in] 1996.
2.2
William Schrikker heeft de kantonrechter (in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, verder: de kantonrechter) op 23 augustus 2022 verzocht een mentorschap in te stellen voor [verzoeker] vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van [verzoeker] .

3.De beslissing van de kantonrechter

Op 3 oktober 2022 heeft de kantonrechter (voor zover hier van belang):
  • een mentorschap ingesteld voor [verzoeker] vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van [verzoeker] , en
  • [de mentor] B.V. benoemd tot mentor.

4.Het hoger beroep

4.1
[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij is in hoger beroep gegaan. Hij verzoekt het hof de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en het verzoek van William Schrikker om een mentorschap voor hem in te stellen alsnog af te wijzen.
4.2
De mentor is het niet eens met [verzoeker] . Zij vraagt het hof de beslissing van de kantonrechter in stand te laten.

5.De rechtszaak bij het hof

5.1
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift met bijlagen, ontvangen op 21 november 2022 en
  • een brief van de mentor, ontvangen op 22 december 2022.
5.2
De zitting bij het hof was op 14 maart 2023. Aanwezig waren:
  • [verzoeker] , met zijn advocaat en zijn persoonlijk begeleider;
  • een vertegenwoordiger van de mentor.
Namens William Schrikker was niemand aanwezig. De ouders en de zus van [verzoeker] zijn ook niet naar de zitting gekomen.

6.De redenen voor de beslissing

6.1
Het hof is van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Hierna zal het hof uitleggen waarom.
6.2
Mentorschap is een manier om iemand die niet goed kan beslissen over zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding te beschermen. De rechter kan een mentor aanstellen die de persoonlijke (niet-financiële) zaken van deze persoon regelt. Dat staat in artikel 1:450 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek:
Indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, kan de kantonrechter een mentorschap instellen.
6.3
[verzoeker] heeft op de zitting bij het hof gezegd dat hij geen mentor nodig heeft, omdat hij voldoende hulp en begeleiding krijgt van [naam1] zelf en van zijn familie. Daarnaast heeft hij gezegd dat het mentorschap hem veel stress bezorgt en dat hij niet wil betalen voor het mentorschap. Volgens zijn advocaat heeft [verzoeker] geen vertrouwen in de mentor, doet [verzoeker] van alles om van het mentorschap af te komen en is er geen goede samenwerking tussen [verzoeker] en de mentor.
6.4
Uit de stukken die in het dossier zitten blijkt dat [verzoeker] een licht verstandelijke beperking heeft, een laag emotioneel ontwikkelingsniveau en autisme (ASS), dat hij zijn impulsen moeilijk kan beheersen en dat hij beperkte probleemoplossingsvaardigheden heeft. [verzoeker] kan door deze beperkingen in lastige situaties terechtkomen, waarbij hij het overzicht verliest, niet kan inschatten wat het juiste is om te doen en niet inziet waarom hij begeleiding nodig heeft. In januari 2023 is er zo’n soort situatie geweest, die ertoe heeft geleid dat [verzoeker] op de intensive care afdeling van het ziekenhuis is terechtgekomen.
6.5
De vertegenwoordiger van de mentor heeft op de zitting bij het hof gezegd dat de gebeurtenissen in januari 2023 haar een andere kijk op de zaak hebben gegeven. Eerst stemde zij in met het verzoek van [verzoeker] om het mentorschap te beëindigen, maar na de gebeurtenissen in januari 2023 is zij van mening dat het mentorschap moet worden voortgezet. Net als de mentor is het hof van oordeel dat de hulp en de begeleiding van de familie en van [naam1] niet voldoende is om [verzoeker] te beschermen. [naam1] en de familie helpen en begeleiden [verzoeker] bij de dagelijkse gang van zaken. Daarnaast is een mentor nodig die voor [verzoeker] beslissingen neemt over zijn verzorging, behandeling en begeleiding en die in de gaten houdt dat [verzoeker] de begeleiding en zorg blijft krijgen die hij nodig heeft.
6.6
De vertegenwoordiger van de mentor heeft gezegd dat zij bereid is om het mentorschap voort te zetten. Zij heeft ook gezegd dat zij regelmatig contact zoekt met [verzoeker] en dat zij haar best doet om zijn vertrouwen te krijgen. Het hof hoopt dat er alsnog een goede samenwerking tot stand komt.
6.7
Kortom, het hof is van oordeel dat [verzoeker] een mentor nodig heeft en dat is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan het instellen van een mentorschap. Het hof zal de
beslissing van de kantonrechter daarom bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 oktober 2022.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, H. Phaff en P.B. Kamminga, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2023.