Belanghebbende is eigenaar van vijftien onroerende zaken, waaronder flatwoningen en garageboxen, waarvan tien in hoger beroep nog in geschil zijn. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarden per 1 januari 2019 vast voor het belastingjaar 2020, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De heffingsambtenaar heeft enkele bezwaren gegrond verklaard en waarden verminderd, maar de rechtbank handhaafde de WOZ-waarden na beroep, uitsluitend vanwege een procedurele schending.
In hoger beroep heeft belanghebbende lagere waarden voorgesteld, maar het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar met een waardeadvies en vergelijkingsobjecten aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn. De verschillen in bouwjaar, oppervlakte, kwaliteit en voorzieningen zijn voldoende meegenomen. De oppervlakten van garageboxen zijn gebaseerd op bouwtekeningen, en locatie en parkeerdruk wegen zwaarder dan kleine oppervlakteverschillen.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarden zoals vastgesteld na bezwaar. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2023.