Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
het bij deze verkochte zal recht van voetpad en overpad hebben naar en van de … Straatweg met een kruiwagen…”. Het verkochte waarover de akte spreekt, is het perceel van [geïntimeerde] . [appellant] baseert op deze tekst zijn standpunt dat [geïntimeerde] enkel te voet of met een kruiwagen over het pad mag, en niet met de auto. Bovendien draaien auto’s die over het pad rijden, aan het einde van het pad met een bocht het perceel van [geïntimeerde] op. Daarbij rijden ze over een hoek van perceel A waarop geen erfdienstbaarheid rust en volgens [appellant] is dat niet toegestaan.
zaak zelfis, namelijk als eigenaar.